Categorie archief: Virginia

Dixie in retrospect

Het is inmiddels 5 maanden geleden dat we terug zijn gekomen van ons onderzoek naar Southern Gothic in de Southern States van de Verenigde Staten. De voorbereidingen voor de tentoonstelling over Southern Gothic die we in 1646 gaan maken komende september zijn in volle gang. Dit is de laatste blogpost die specifiek over onze reis gaat. Hierin geven we een overzicht van de zaken uit mythisch Dixie die ons het meest zijn bijgebleven. Na deze post zullen we deze blog gebruiken om verschillende zaken rondom de tentoonstelling te bespreken. Denk daarbij aan zaken zoals de achtergrond van Southern Gothic, de waarde die de Gotieke methodiek op dit moment voor de Nederlandse samenleving kan hebben, uiteraard ook informatie over alle betrokken kunstenaars, instellingen, schrijvers en muzikanten en updates rondom de Kudzu plant die de Hortus Botanicus speciaal voor ons aan het kweken is.

Cultuur en het leven
Als je naar een gebied gaat waar bijna alle er enigszins toedoende muzikale stromingen van de afgelopen 150 jaar vandaan komen, mag je verwachten dat daar iets van te merken valt. En dat is ook zo. De Southern States zijn in cultureel opzicht het rijkste gebied van de Verenigde Staten. Dat werkt echter wel heel anders dan in Europa. Waar cultuur voor Europeanen iets is waar je naar toe gaat, is het voor de Southerners iets wat je doet, en waarmee je je bewust in een bepaalde traditie plaatst.

De echte cultuur van Dixie vind je niet in een concertzaal of museum, maar in huiskamers en achtertuinen. Dat maakt het voor toeristen een lastig gebied: je moet tenslotte wel een beetje moeite doen om in iemand’s huiskamer te geraken. Cultuur is iets wat men voor zichzelf doet, niet voor toeristen. Cultuur is eigenlijk net zoiets als een hamburger eten: leuk om te doen met anderen die ook lekker in een burgertje happen, maar niet het moment om te worden aangegaapt door toeristen die wel eens willen zien of je dat ding zonder knoeien naar binnen krijgt.

Armoede
We hadden zeker verwacht armoede tegen te komen, maar zo schrijnend als we het in Alabama zagen schoktte ons. In een notendop komt het er op neer dat de gebieden waar het racisme het hardnekkigst was na de afschaffing van de Jim Crow wetten leeg liepen. Met name de blanke, rijke bevolking trok naar plaatsen waar het overgrote deel van de bevolking wit was (plaatsen waar de blanke bevolking tijdens Jim Crow de slavernij min of meer voortzette door middel van sharecropping waren vaak meer dan 50% zwart). Niet alleen onttrokken ze zo het kapitaal uit grote gebieden, ook nam de werkgelegenheid sterk af doordat boeren en bedrijven verhuisden. De arme, slecht opgeleide, zwarte bevolking bleef achter. Ook waren ze vrijwel allemaal werkloos geworden, en was er ook geen uitzicht op nieuwe werkgelegenheid. De 4e generatie groeit nu op deze manier op, en naast hun materiële armoede is geestelijke armoede ook een probleem. Het onderwijs aldaar behoort tot het slechtste dat de Verenigde Staten te bieden hebben, en door de totale uitzichtloosheid van hun situatie komen deze mensen mentaal gebroken over. Veel meer dan t.v. kijken in hun trailer lijken ze niet te doen.

Landschap
De mate waarin het landschap van Dixie de afgelopen 100 jaar is veranderd is schrikbarend. Eigenlijk begon dat nog langer geleden: de ‘Deep South’ was ooit gewoon een stuk oerwoud. Tot de boeren al het land ontgonnen en er plantages op aanlegden. De laatste 100 jaar heeft de zware industrie een grote stempel of het landschap van Dixie gedrukt. Dat begon met het aanleggen van stuwmeren in het zuidelijke stuk van de Appalachen in Tennessee en North Carolina. Hele volksstammen werden gedwongen te verhuizen, en de bestaande infrastructuur was in één klap onbruikbaar. Iets later kwam in datzelfde gebied de mijnbouw op gang. Er werd met name steenkool gevonden. Een veel snellere manier om een berg van haar steenkool te ontdoen dan door diepe tunnels te graven, is de hele berg opblazen zodat de kolenader bloot komt te liggen. Dit proces wordt ‘Strip mining‘ genoemd, en verandert de (zuidelijke) Appalachen in rap tempo van ‘s werelds langste gebergte tot een kale, op een maanlandschap gelijkende vlakte vol opgespoten en onnatuurlijk groen gras. De enige bergen die er over 50 jaar waarschijnlijk nog staan, zijn degenen die de stuwmeren en sludge ponds omringen.

Dan hebben we uiteraard de Kudzu, de ‘plant that ate the South’. Geïmporteerd vanwege zijn kwaliteiten om erosie tegen te gaan, groeit het nu overal. Als de plant niet in toom wordt gehouden door elke dag bijsnoeien, groeit ze binnen no-time over wegen, huizen en over voor langere tijd geparkeerde auto’s. Uiteraard groeit er niets anders meer op de plekken waar de Kudzu groeit, en is het een van de beste voorbeelden van de schade die een uitheemse soort kan aanrichten binnen een bepaald ecosysteem. De plant zorgt wel voor spectaculaire ‘creaties’ in het landschap wanneer zij bijvoorbeeld over een stel bomen heen groeit.

Ten slotte is er nog de kust aan de Golf van Mexico. Hoewel de olie-industrie bekend staat als vervuiler (er doen zich bijvoorbeeld vele malen vaker olierampen en rampjes voor dan wat de industrie naar buiten brengt volgens de lokale vissers), is de monding van de Mississippi waarschijnlijk een groter probleem. Van nature brengt deze enorme rivier een grote hoeveelheid zand en blubber met zich mee, dat rond de monding settelt en zo nieuw land aanmaakt. Dit nieuwe land bestaat uit ‘Wetlands‘, een groot gebied van brak moeras waar bepaalde grassoorten en Cipressen groeien. Deze zeer brede strook nieuw land dient als buffer voor bijvoorbeeld orkanen. Zodra een orkaan land raakt neemt zij namelijk aanzienlijk in kracht af. Ook zijn dit van oudsher gebieden waar de Cajun wonen. Dit zand en blubber is uiteraard totaal niet handig voor grote zeeschepen, en dus zijn er twee hele lullige stenen muren aangelegd om te zorgen dat het door de rivier meegevoerde zand zich niet kan vastzetten, en de rivier bevaarbaar blijft. Dit zorgt er zowel voor dat de machtige Mississippi een van de meest lullige mondingen heeft die we ooit gezien hebben (hieronder op een foto van kunstenares Michel Varisco). Ook verdwijnen de wetlands doordat het zand niet terug kan vloeien naar het land maar recht de zee in stroomt. Door het gemis van een natuurlijke afremming, zijn de orkanen een stuk krachtiger zodra ze bij New Orleans aankomen.

Cuisine
Een van de eerste dingen die ons opviel toen we in een supermarkt stonden was de totaal andere prijsverhouding tussen vlees en groente en fruit. Waar je in Nederland goedkoper uit bent als vegetariër, en waar je toch zeker 3 appels kunt kopen voor de prijs van 1 hamburger, is dat in Dixie precies omgedraaid. Het goedkoopste eten krijg je bij de fastfood-ketens, en dat is dus ook waar je gaat eten als je arm bent. De documentaire Food Inc geeft inzicht in de manier waarop dit soort praktijken door subsidies en private investeringsmaatschappijen mogelijk gemaakt worden. Ook de invloed van mega-supermarkten als Walmart is heel goed te merken in de kleine oude dorpjes van Dixie. De oude dorpskernen zijn leeg en verlaten. Soms zit er nog een eettentje, maar de winkels zijn bijna allemaal failliet. Ook de meeste huizen staan leeg.

Een paar minuten buiten zo’n dorpje vind je meestal een aantal trailer-parken. Dat is het nieuwe, centrumloze, dorp. Nog weer wat verderop staat een grote Walmart, geflankeerd door wat fastfood ketens. Hier doen mensen hun boodschappen vanuit alle omliggende dorpen. Het is een soort meta-centrum. Op de parkeerplaats ontmoeten mensen elkaar, en maken ze een praatje.
Als je veel langs de weg moeten eten – zoals wij dat moesten – heb je weinig andere keuze dan gefrituurd vlees of vis. Ze frituren werkelijk alles, en menige roadside eettent heeft een bordje aan de muur met de spreuk: ‘If it ain’t fried, it ain’t cooked‘. In steden zelf heb je uiteraard meer en vooral ook gezondere keuzes. Wij zijn vooral gecharmeerd van de barbecue. Het komt er eigenlijk op neer dat de rest van de wereld wel de hele tijd het woord ‘barbecue’ gebruikt, maar dat ze hier eigenlijk ‘grillen’ mee bedoelen. Barbecue is een proces van meerdere dagen, lage temperaturen, veel rook en een apparaat wat de tijden van de stoomketel doet herleven.

Terug in Nederland vallen de overeenkomsten nog het meest op: cultuur wordt de huiskamer in bezuinigt, ons landschap lijkt in de verste verte niet meer op wat het 200 jaar geleden was, het niveau van het onderwijs daalt, bepaalde delen van het land dreigen in spooksteden te veranderen, latent racisme is weer terug van weggeweest, en ook wij frituren er lustig op los. Wellicht zou het goed zijn voor deze regering om een bezoek te brengen aan een staat als Alabama. Hopelijk concluderen ze dan dat binnen hun taak als ‘verdeler van het schaarse goed’ Joie de Vivre ook een schaars goed is. En dan kunnen ze meteen de snackbar-lobby meenemen om eens te gaan praten over dat barbecuen.

De tentoonstelling ‘That what the modern era has gained in civility, it has lost in poetic inspiration‘, zal op zaterdag 3 september open gaan in 1646, Den Haag. Deze tentoonstelling is samengesteld door Maaike Gouwenberg & Joris Lindhout naar aanleiding van hun onderzoek naar Southern Gothic. De titel verwijst naar een zin uit de inleiding van ‘The castle of Otranto‘, geschreven door Richard Hurd. The castle of Otranto word gezien als het eerste Gotieke boek, en Hurd is een van de eerste aanhangers van dit zeer invloedrijke genre.

Geef de gek de ruimte

Naast de wereldberoemde folk-artist Howard Finster bestaan er in Dixie vele tuinen waarin de door God geroepen eigenaar autodidactisch aan de slag gaat met verf, mortel en al het grof vuil wat hij (meestal is het een man) kan krijgen. Waarschijnlijk is de combinatie van dure zorg, goedkope grond, een tropisch klimaat en een onaflatende stroom grof vuil een vruchtbare bodem voor de meest fantastische en bizarre installaties.

Hierbij een klein fotoverslag van alle even bijzondere als bizarre achtertuin-installaties die we tegen zijn gekomen.

Floyd Banks, Greenback, Tennessee:

Howard Finster, Summerville, Georgia:

Kenny Hill, Chauvin, Louisiana:

Onbekend, ergens langs de weg in Louisiana:

Pasaquan, Buena Vista, Georgia:

Reverend H.D Dennis, Vicksburg, Mississippi:

Zieltjes winnen

Zieltjes winnen gebeurt in Dixie ongeveer net zo als hamburgers verkopen: door reclame langs de weg te maken. Hoewel wij liever hamburgers eten dan hosties, zijn de reclames die de kerken maken vele malen beter dan die van de fastfood-ketens. Door middel van (onbedoeld) grappige, onbegrijpelijke of tenenkrommend slechte teksten wordt de automobilist verleid om de komende zondag nog eens langs te komen.

Hieronder een verzameling van deze teksten. Sommige hebben we kunnen fotograferen, de meeste hebben we opgeschreven:

“Give God what’s right, not what’s left”

“Heavenly forecast: God still reigns”

“God answers knee-mail”

“Life is like tennis; the one who serves normally wins”

“If God is your co-pilot, swap seats”

“Forbidden fruits create many jams”

“Open mind, open heart, open door”

“A lot of kneeling will keep you in good standing”

“If we came from apes, then why are there still apes?”

“Get an expert opinion: pray to God”

“When your time is up will God say: ‘well…’, or ‘well done!’?”

“Sail, don’t drift”

“Real men love Jesus”

“Unlike man God will always keep his word”

“Idleness is the rust of the soul”

“Don’t wait for 6 strong men to bring you to church”

“If you’re headed in the wrong direction God allows u-turns”

“The gospel is a declaration not a debate”

“Jesus is lord of highways and heroes”

“Been takin’ for granted? Imagine how God feels!”

“Leave this life with Jesus”

“Patience is trust in God’s timing”

“Exposure to the Son prevents burning”

“Autumn leaves, Jesus doesn’t”

“God specializes in happy endings”

“When the truth hurts it’s working”

“God doesn’t have a plan b”

“Let Jesus be your lighthouse”

“Books inform, the bible transforms”

“7 days without prayer makes one weak”

“In the dark? Follow the son”

“God created us as players, not as referees”


Lang zullen ze herleven

In de koelere maanden van het jaar worden in Dixie ieder weekend Civil War Re-enactments gehouden waarin de gevechten tussen de Union Soldiers en de Confederate Soldiers zo waarheidsgetrouw als mogelijk worden uitgebeeld. Groepjes re-enactors trekken van slagveld naar slagveld om in verschillende rollen deel te nemen aan het behouden van de geschiedenis. “Those who cannot remember the past are condemned to repeat it“ is de meest gehoorde uitspraak wanneer je de re-enactors vraagt waarom zij de verschillende gevechten keer op keer herhalen.

civil war 1

civil war 2

civil war 10

civil war 11

De re-enacters komen op vrijdag in civil war kostuum naar het terrein, zetten hun tentenkamp op, maken het vuur aan voor de maaltijd die op authentieke eind 19e eeuwse wijze wordt gekookt en starten met het uitwisselen van gedetailleerde kennis over de diverse gevechten. Op zaterdag is het terrein open voor publiek, voegen mobiele burger bakkers zich tussen de witte tenten en tonen verkopers hun civil-war waar. Ook staat er op de meeste terreinen een grote tent waar lezingen worden gehouden. Hier vertellen specialisten heel vermakelijk, in toepasselijke kleding en met geïmproviseerd oud accent, over de heldendaden van hun voorouders. In de middag vindt er minimaal één gevecht plaats waarbij alles uit de kast wordt gehaald. Van kanonnen en vuurwapens tot trommelaars, fluitisten en officieren op paarden die groepen soldaten aansturen. Scripts en beschrijvingen van de gevechten zijn de basis om alles zo precies mogelijk na te spelen. De mannen die tijdens deze hedendaagse strijd dodelijk gewond raken kunnen soms wel meer dan een kwartier stilliggen in de vaak onmogelijke positie waarin zij neerzakten. Het voornamelijk blanke publiek, wat met hamburger en cola in de hand al commentaarleverend het gevecht heeft aanschouwd, verlaat het terrein gelouterd. De re-enacters gaan terug naar hun tent om verder te praten over de oorlog en hun op houtvuur gekookte soep te verorberen. Op zondag rijden zij in hun truck, eventueel met conferate flag bumper sticker, terug naar huis.

civil war 12

civil war 13

De re-enactments zijn niet van de laatste decennia, ze begonnen al tijdens de Civil War zelf. Omdat het niet mogelijk was om alles vast te leggen met de fotocamera, werden de gevechten opnieuw uitgevoerd om op die manier gevallen kameraden te herdenken en landgenoten te onderwijzen. Het idee van het overdragen en behouden van de geschiedenis is nog steeds het uitgangspunt, al komt dit niet altijd duidelijk over op het publiek. Tijdens het gevecht is het evident wie er wint maar verdere details worden niet gegeven, deze lijken alleen bekend bij de deelnemers.

civil war 4

civil war 14

civil war 6

Re-enactors zijn er in diverse gradaties. Je hebt de groep die het niet erg vindt om kleding te dragen gemaakt met stoffen van nu, de zogenaamde ‘farbs’; de tweede en grootste groep is ‘mainstream’ waarbij de meeste kleding en gebruiken authentiek zijn maar waarbij het doel, het onderwijzen van de mede-amerikaan, belangrijker is dan het middel. En de derde groep zijn de ‘progressives’ of ‘hard core authentics’, ook wel ‘stitch nazis’ genoemd door de miereneukerige manier waarop alle details moeten kloppen. Niet alleen de kleding (van onderbroek tot overjas) is tot in de puntjes handgemaakt van stoffen uit de jaren van de oorlog, ook de manier van leven in het kamp moet accuraat zijn. Deze laatste groep is het hele weekend in zijn rol en zie je niet met een hamburger en cola over het terrein wandelen. Aan de omvang van veel deelnemers te zien schromen zij niet op de andere dagen van de week wel veel cola en burgers te nuttigen.

De re-enactments in Dixie worden met name gezien vanuit de Confederate kant. Dit betekent dat de Confederate vlag (ook wel rebel flag) met trots wordt gedragen en het niet altijd duidelijk is of de re-enacters het zelf wel eens zijn met de uitkomst van de oorlog die de slavernij afschafte. Het feit dat de confederate vlag voor het grootste gedeelte van de inwoners van Dixie verbonden wordt aan een pijnlijk verleden blijkt voor de re-enactors anders te zijn. Om de tegenstanders en critici voor te zijn wordt het gebruik van de vlag goedgepraat onder het motto ‘herritage, not hate’.

civil war 8

civil war 9

De re-enactments lijken daarnaast alleen over wapens, tactiek en oorlogsromantiek te gaan en niet over de inhoud van de oorlog. De vraag is dan ook wat ze uiteindelijk aan de educatie bijdragen wanneer die inhoud verder niet kritisch wordt behandeld. Wij vroegen ons bijvoorbeeld af of de Irak oorlog op een gegeven moment ook wordt gere-enact en of er dan wel of geen massa vernietigingswapens worden gevonden.

Civil war 16

De Roden tegen de Blauwen

Al rijdend hebben we de verkiezingen hier in Dixie voornamelijk via de radio gevolgd. Steeds switchend tussen het enigszins neutrale National Public Radio (net zo neutraal als de NOS) en de lokale praat-radio (veelal Tea Party supportende republikeinen) trachtten we een beeld te vormen van wat er waarom aan de hand is.

Nieuwsbrengers zoals CNN kunnen dat beeld vele malen beter schetsen dan wij. Wat duidelijk werd is dat het belangrijk is om de geschiedenis van de Amerikaanse politiek in het achterhoofd te houden bij het interpreteren van al dat nieuws. Dixie heeft een sleutelrol gespeeld in deze geschiedenis. Hierbij een korte en bondige samenvatting van de strijd tussen de Roden en de Blauwen in Dixie.

In den beginne waren er de Democraten. Zij geloofden in uitbreiding van de VS richting het westen en het zuiden, in gelijkheid tussen de blanke mensen, en waren tegen de Bank of the United States. Tegenstand vonden zij in de Whig Party (Whig Party, Tea Party, ze hebben in ieder geval meer humor dan de PVV). De Whig Party geloofde in modernisering en was min of meer tegen internationale handel. De Whig Party kon het niet eens worden over het wel of niet toestaan van slavernij in de nieuwste delen van Amerika, en viel uiteen.

In 1854 voerde democraat Stephen A. Douglas de Kansas-Nebraska Act door. Deze tekst was bedoeld om een spoorlijn tussen verschillende staten mogelijk te maken, maar bevatte ook de mogelijkheid voor de uitbreiding van slavernij naar de nieuwe delen van Amerika. Een aantal ex-Whig Party-ers waren hier tegen (o.a Abraham Lincoln), en vormden een nieuwe politieke beweging: de Republikeinen. De republikeinen waren voor modernisering, voor een vrije markt en tegen slavernij.

De democraten werden in Dixie gezien als een beschermer van de zuidelijke normen en waarden, en dus waren de meeste Southerners democraat. Met de verkiezing van republikein Lincoln tot president was de maat vol en besloten de Southern States zich af te scheiden om zo hun normen en waarden te kunnen behouden. De Civil War volgde.

In de periode na de Civil War (de Reconstruction Era) werden de voormalige Confederate States bestuurd door republikeinen uit het noorden. De blanke Southerners waren hier niet blij mee en organiseerden zich. In 1876 ruilden de blanke democraten hun stem bij de presidentsverkiezingen. De democratische southerners stemden op republikein Rutherford B. Hayes in ruil voor de beëindiging van de republikeinse controle in de Southern States.

De democraten in het zuiden begonnen in 1876 door middel van de zogenaamde Jim Crow wetten de levens van blanke en Afro-Amerikaanse mensen te scheiden. Slavernij mocht dan officieel afgeschaft zijn, gelijke rechten waren nog ver te zoeken. In 1965 werd hier door de inspanningen van de Civil Rights Movement een einde aan gemaakt. In dat jaar ondertekende de democratische president Lyndon B. Johnson verschillende ‘acts’ welke het einde betekenden van de Jim Crow praktijken in de Southern States.

De blanke Southerner was hier wederom niet blij mee. Onder andere door de op de blanke Southerner gerichte conservatieve campagne van de republikein Richard Nixon (president van 1969 tot 1974) kleurde het politieke landschap in Dixie rood (rood = republikeins). De republikeinen richtten zich op religie, ethische kwesties als abortus, patriottisme en de nationale economie. De blanke southerner kon zich met name goed vinden in de eerste drie speerpunten van de republikeinen.

Alhoewel ethische kwesties het debat in de VS vaak hebben aangeslingerd (slavernij, immigratie, abortus, homoseksualiteit, alcohol gebruik), en het verschil in opvatting vaak gebruikt wordt om de twee partijen te duiden, lijkt de uitslag van 2 november vooral te maken te hebben met de economie. De keuze tussen een socialistische heilstaat en een survival-of-the-fittest beleid is nu belangrijker dan bijvoorbeeld de vraag wanneer precies een nieuw leven begint. En daarmee zijn de verschillende standpunten hopelijk een stuk rationeler te beoordelen.

(Pickup) Trucks

Elke zichzelf respecterende Southerner heeft een pickup truck. De ‘truck’ (zoals de vehicels hier liefkozend genoemd worden) stamt uit de tijd dat de meeste Southerners nog boer waren. De stadse Southerner van vandaag ontleent een groot deel van zijn/haar imago nog altijd aan de truck. Dat een truck voor hen net zo veel nut heeft als een Mountainbike voor een Hollander mag de pret niet drukken.

Vaak zie je nog echte trucks langs de weg staan. Meestal half weg geroest bij een oude boerderij, maar soms ook totaal omgebouwd bij een custom car shop. Het prototype Southern truck is de ’48 Ford Flathead v8 (net zo een als wij in ons logo hebben bij de Groene Amsterdammer). Deze trucks werden intensief gebruikt, en de eigenaar had vaak geen geld om kapotte onderdelen te vervangen.  Zaken als ruitenwissers, remlichten, bumpers en geluidsdempers zijn niet strikt noodzakelijk om van A naar B te komen. Een grote steen doet het altijd goed als handrem. Wat uiteindelijk overbleef was de met een v8 aangedreven versie van een Amsterdamse stadsfiets.

In 1957 introduceerde Ford de Ranchero. Een soort sedan met laadbak en Cadillac-achtige staartvinnen die weinig met de authentieke plattelands truck te maken hebben. De truck zou nooit meer dezelfde zijn.
Tegenwoordig zie je nog wel eens een wat kleiner jaren ’70 model truck rondrijden met een ouder iemand achter het stuur. Niet meer gewassen sinds de aanschaf, een achterlicht wat met tape gemaakt is en een rechter buitenspiegel die op half zeven hangt – dat is nog een echte. De extreem grote, glimmende, verhoogde en met allerhande toeters en bellen voorziene truck zoals die nu de snelwegen domineert is altijd verdacht schoon en krasvrij. Het enige vieze wat daar vaak op te vinden valt is een bumpersticker met een ‘rebel flag‘.

Zine 1, Southern Gothic: Them Mountains

Onze reis vormt een zoektocht naar het fenomeen Southern Gothic. Gezien de duur van de reis (3 maanden) publiceren we regelmatig een zine om onze vondsten te kunnen samenvatten. Vorige week hebben we het eerste zine gepubliceerd.

Download Southern Gothic: Them Mountains (pdf, 7mb)

De Hillbilly

Mythisch Dixie (Dixie zoals voorgesteld in de media) bestaat uit twee gebieden: De moerassen en de bergen. De bergen bestaan in feite uit de Appalachen en de Ozarken, gebergten in werkelijkheid enkele honderden mijlen van elkaar gescheiden door vlak boeren land. In Mythisch Dixie echter vormen deze twee het gebergte ‘The Southern Mountains’.

Vaak wordt de Redneck gezien als het stereotype blanke Dixie-bewoner. Alhoewel de origines van het begrip zeer waarschijnlijk wel in Dixie liggen, is Redneck toch veel meer een synoniem geworden voor ‘poor white trash’. Met andere woorden: Een Redneck kan net zo goed uit upstate New York of Alaska komen. De Hillbilly daarentegen komt onmiskenbaar uit de Southern Mountains.

Voor onze generatie (opgegroeid met films als The Texas Chainsaw Massacre, Wrong Turn en Deliverance) staat ‘Hillbilly’ vooral voor inteelt families bestaande uit moordlustige, perverse, ongewassen imbecielen woonachtig in de middle of nowhere. De generatie van onze ouders denkt waarschijnlijk eerder aan gezellige mensen die ouderwetse normen en waarden hoog in het vaandel hebben (opgegroeid zijnde met The Beverly Hillbillies). Mochten onze grootouders in de VS hebben gewoond dan hadden die waarschijnlijk gedacht aan dommige mensen met het hart op de juiste plek (deze generatie groeide op met de comic Li’l Abner in de kranten). En als onze overgrootouders ook al in de VS woonden dachten zij – net als wij – aan gevaarlijke en gewelddadige criminelen (mits ze het geld hadden gehad om de eerste ‘Mountaineer’ films in de bioscoop te gaan zien).

Een kort historisch overzicht:
De Southern Mountains waren vooral in trek bij immigranten uit Schotland en Ierland, en het meest populair bij het onafhankelijke en vrijgevochten type. Deze trotste Mountaineers lieten niet met zich spotten, en zo kwam het dat families vaak in een onderlinge strijd belandden. De bekendste strijd is de Hatfield – McCoy strijd van rond 1880. Een strijd waarschijnlijk ontstaan vanuit een economisch geschil, maar in de populaire pers min of meer afgeschilderd als een uiting van irrationeel geweld. Een portret van een van de mannen van de Hatfield familie (William Anderson Hatfield, ook wel ‘Devil Anse’) vormde een belangrijke basis voor de toekomstige weergaven van de bergbewoners. Een chagrijnige man met een lange baard, pijp, zachte vilten hoed en een geweer. Niet veel later kwamen daar de tuinbroek en fles Moonshine bij, en verdwenen de schoenen.

De eerste films over Mountaineers (zo werd er voor de uitvinding van de Hillbilly naar de bergbewoners verwezen) gebruikte dit stereotype, en gebruikte de onderlinge strijd tussen families als basis voor het script, vaak in combinatie met een aan Moonshine gerelateerde sub-plot. Een van de belangrijkste regisseurs van de vroege Mountaineer-film is D.W Griffith (bekend van Birth of a Nation). Zoals bekend nam Griffith het niet zo nauw met dingen als politieke correctheid, en de Mountaineer film was voor hem een antwoord op een aantal problemen die hij tegenkwam bij zijn andere films. De Mountaineer kon hij net zo achterlijk en/of gevaarlijk wegzetten als de Afro-Amerikaan, maar gezien de Mountaineer een blank stereotype is kon hij met blanke hoofdrol spelers werken. Een van de belangrijkste voordelen was dat deze hoofdpersoon een romance aan kon gaan met een vrouwelijke tegenspeler.

In 1900 schreef politiek correspondent Julian Hawthorne een artikel voor New York Journal waarin hij het woord Hillbilly gebruikt. Alhoewel in het artikel duidelijk wordt dat het woord door mensen uit de Appalachen al gebruikt werd (wat ook ondersteund wordt door andere bronnen), is het woord ‘Hillbilly’ in zijn artikel de eerste verschijning in print. ‘Hillbilly’ is niet direct een populaire term: alvorens het ‘Mountaineer’ kan vervangen moet het begrip een handje worden geholpen door de muziek industrie.

Ralph Sylvester Peer maakte veld-opnames van Afro-Amerikaanse Blues zangers in Dixie. Op een dag kwam een van zijn afspraken niet opdagen, en gebruikte hij de vrijgekomen tijd om een fiddler uit de Southern Mountains op te nemen. Tot zijn verbazing verkocht deze opname zeer goed, en dus begon hij meerderde muzikanten uit de bergen op te nemen. Bij gebrek aan een naam voor deze nieuw ontdekte muziek doopte hij het Hillbilly, een term die alle grote studio’s rond 1936 hadden overgenomen. Het was nog wat vroeg voor Punk, en gewelddadige, moonshine zuipende muzikanten verkochten daardoor niet zo goed in 1936. Onder invloed van onder andere Peer veranderde de Hillbilly in een simpele, pretentieloze, grappige outsider – ongevaarlijk voor kinderen, en dus zeer goed verkoopbaar.

Toen de Hillbilly niet meer genoeg platen verkocht werd hij verruild voor de Cowboy. Hillbilly muziek heette voortaan Country. Maar de Hillbilly-light werd in leven gehouden door verschillende strips in kranten. Paul Webb’s strip The Mountain Boys teerde nog het meest op het oude beeld van de Hillbilly. Zijn drie karakters zijn een stel Moonshine-drinkende luilakken zonder schoenen.

Geweldadig zijn ze echter niet, en dus vormde ze een geschikte basis voor de eerste Mountain Dew advertenties (Mountain Dew is slang voor Moonshine, het Pepsi drankje zoals wij dat nu nog kennen werd gelanceerd in een tijd dat de Hillbilly in zwang was), maar ook voor een stukje uit de Disney film Make Mine Music.

Dit blikje vonden we later nog bij een benzinepomp

Deze twee afbeeldingen zien er op het eerste gezicht toch vrij geweldadig uit – het gaat echter vooral om de komische ondertoon die het geweld neutraliseert (iets wat in de eerste Mountaineer films totaal afwezig was).

Naast The Mountain Boys is ook Al Capp’s Li’l Abner belangrijk voor de evolutie van de Hillbilly. De strip is al eerder ingeleid op deze blog. Wat belangrijk is om daar aan toe te voegen is dat Li’l Abner als inspiratie diende voor de wereldberoemde tv serie The Beverly Hillbillies. De serie gaat over een familie Hillbillies die naar Beverly Hills verhuizen. Er is olie gevonden op hun land in de Southern Mountains, en dus hebben ze het voor veel geld kunnen verkopen. Bedenker Paul Henning gebruikte de Hillbillies dit keer niet om de outsiders belachelijk te maken, maar om de upperclass van Beverly Hills zelf op de hak te nemen. Net als in het in Nederland beter bekende Flodder.

De serie was populair in dezelfde tijd dat Amerika de ‘War on Poverty‘ voerde. De armoede in de Southern Mountains was groot, en velen zochten hun heil in industriële steden als Detroit en Chicago. De stadsbewoners waren als de dood voor de invoer van ‘achterlijk bergvolk’. Televisie series als The Beverly Hillbillies vertaalde deze spanningen in een sitcom, de documentaire Stranger With a Camera geeft een nauwkeuriger beeld van de spanningen aan beide kanten van het mes.

Toen de politiek haar interesse in de armoede van de Southern Mountains verloor leek het even of de Hillbilly zijn beste tijd had gehad. Door de inmiddels weide verspreiding van bergbewoners over de gehele VS begon het stereotype meer en meer politiek incorrect te worden. Totdat John Boorman besloot het boek Deliverance van James Dickey te verfilmen. Alhoewel het boek subtieler omgaat met het stereotype, en meer het verlies van contact met de natuur van stadsbewoners als uitgangspunt neemt, werd Deliverance bekend door de ethiekloze, anaal verkrachtende, varkens liefhebbende imbecielen uit de bergen. En daarmee zijn de bergbewoners van Dixie weer terug bij af.

Een goede plek om lijken te verbergen

In 1876 brachten de Japanners voor de Centennial Exhibition in Philadelphia de KUDZU plant naar de Verenigde Staten. Gefascineerd door dit familielid van de groene boon met zijn snelle groei en de gave om op allerlei dorre gronden te overleven, bedachten de Amerikanen in de jaren ’30 een slim plan. Om de uitgeputte katoen- en tabaksgrond in de zuidelijke staten tegen erosie te beschermen kregen de boeren tot 8 dollar per halve hectare waarop ze de kudzu plantten. Ook werd de wonderplant uitgezet in slechte bermen langs wegen en werd het gebruikt als groenvoer voor geiten en schapen. Iedereen was gelukkig tot het moment dat bleek dat kudzu in moordend tempo dixie overnam. In het perfecte kudzu klimaat, warm en vochtig, stopt kudzu niet met groeien aan het einde van het veld of bij het begin van de weg, het groeit razendsnel door tot het moment dat iemand het een halt toeroept. Het ontziet niets. Huizen, auto’s, elektriciteitspalen, wegen, akkers en bomen zijn onveilig wanneer kudzu in de buurt is. Wetenschappers hebben gemeten dat een rank tot 40 cm per dag kan groeien. De groene deken ziet er zeer aantrekkelijk uit maar onder dit frisse bladerdak zitten wortels die net zo hard naar beneden groeien als de takken opzij. Tot een halve meter boren de wortels zich een baan de grond in en de wortels zelf kunnen meer dan 10 centimeter dik worden. Kudzu groeit in het zuidoosten van de VS en verspreidt zich jaarlijks met 60.000 hectare.

kudzu kathedraal

kudzu overgroeid huis

Tot op de dag van vandaag zijn er mensen die proberen kudzu op een goede en definitieve manier te bestrijden. Het lijkt een onmogelijke opgave. Er zijn wetenschappers die een schimmel hebben ontwikkeld die de kudzu rank aantast, er zijn gifstoffen die de bladeren laten sterven, er is een mogelijkheid om mensen in te zetten om de nieuwe takken iedere dag af te knippen, maar er is nog nooit een echt effectieve manier gevonden om kudzu te bestrijden. Deze power plant groeit te snel en lijkt te slim.

Gelukkig zijn er mensen die kudzu vanuit een positieve hoek bekijken en groot fan zijn van deze wonderlijke plant. Er zijn talloze kookboeken met kudzurecepten. De jonge bladeren zijn heerlijk door salade maar kunnen ook prima door een omelet of net als spinazie kort gekookt en dan verwerkt. Ook is het mogelijk om wanneer de bladeren iets ouder zijn en al meer verhard, ze te gebruiken voor het maken van papier. Wanneer de bladeren in de winter afsterven is het mogelijk om de wortels uit te graven en daar een wit poeder uit te halen wat gebruikt kan worden als een vervanger van maïzena. De wortels kunnen ook gebruikt worden om manden en stoelen van te maken. De heerlijk zoete bloemen kunnen worden verwerkt in gelei en jam en ook is er kudzu honing verkrijgbaar op verschillende plekken.

kudzu

In het zuiden – wij zagen het tot nu toe in Virginia, North Carolina, Kentucky, Tennessee en Mississippi – zie je kathedralen en allerlei landschappen van kudzu die inspireren tot mysterieuze foto’s, wilde verhalen, films, muziek en gedichten. James Dickey schreef het gedicht ‘Kudzu‘, een ode aan kudzu waarin het karakter van dit groene monster uit de oriënt in al haar desastreuze schoonheid wordt beschreven. Doug Marlette maakte een strip over het zuiden die de passende naam Kudzu kreeg, in Birmingham Alabama werd een alternatief krantje genaamd Kudzu uitgegeven en Kudzu Ranch Records vertegenwoordigd bands uit de Kudzu Staten. De film The Kurse of the Kudzu Kreature, een obscure horror film uit de jaren ’70 hebben wij helaas niet kunnen achterhalen. Wel zijn we door deze titel geïnspireerd om een nieuwe versie te maken die zich idealiter afspeelt in een Kudzu Kathedraal.

Kudzu is in groene vorm de bouwer van allerlei fantastische landschappen die bij iedere toeschouwer iets anders oproepen. In afgestorven, kale vorm, toont het de overwoekering op brute wijze en maakt het het treurige winter landschap wel heel triest. Toch lijkt het in die vorm ook wel weer op het fantastische en mysterieuze spanish moss, dat met name in de swamps voorkomt.

Fiddlin’ and Pickin’

Na het zien van folk art, het luisteren naar verhalen en verstrikt geraakt te zijn in de kudzu in de Smoky Mountains hebben we ons ondergedompeld in bluegrass en old time music. Het Watermelon Park Fest, net buiten het idyllische Berryville in Virginia, is een van de vele bluegrass festivals in de Deep South. In de hitte van de vroege herfst vonden de toeschouwers naast meeslepende muziek verkoeling in de Shenandoah River.

Bluegrass is een sub-genre van country muziek en bestaat uit een mengeling van de muziek die de Schots-Ierse immigranten meebrachten gecombineerd met African-American invloeden van jazz en blues. Bluegrass wordt bijna altijd gespeeld op snaarinstrumenten als de ‘fiddle’ (viool), mandoline, bas, gitaar (bespeeld met een ‘picking’ techniek) en banjo (afkomstig uit Afrika). Net als in de jazz speelt improvisatie een grote rol en wordt de melodie van instrument op instrument overgedragen. Bluegrass werd in eerste instantie ‘hillbilly mountain music’ genoemd. In de jaren ’40 introduceerde de ‘father of bluegrass’ Bill Monroe het genre: “Scottish bagpipes and ole-time fiddlin’. It’s Methodist and Holiness and Baptist. It’s blues and jazz, and it has a high lonesome sound. It’s plain music that tells a good story. It’s played from my heart to your heart, and it will touch you. Bluegrass is music that matters.”

Bill Monroe had de eerste officiële bluegrass band, de Blue Grass Boys uit Kentucky (Kentucky wordt ook wel ‘the blue grass state’ genoemd, naar de veel voorkomende grassoort). Niet alleen de naam van het genre maar ook verschillende termen gelinkt aan de manier van spelen komen van de verschillende leden van de band. Zoals Earl Scruggs met de Scruggs Style, het bespelen van de banjo met drie vingers. Zelf beweerde Earl Scruggs dat zijn leraar Snuffy Jenkins dit had geleerd van Rex Brooks en Smith Hammet in de jaren ’20. De wortels van bluegrass zijn uiteindelijk overal in de zuidelijke staten te vinden en de ontwikkeling van het genre gaat tot op de dag van vandaag door. Films als Deliverance en O Brother, Where Art Thou? hebben het genre steeds opnieuw geïntroduceerd bij het grotere publiek.

Deze films hebben het aura van de hillbilly zo stevig aan bluegrass en old time music gelinkt dat het verbazingwekkend was hoeveel hippies er op het Watermelon Park Fest rondliepen. Niets geen rauwe bierdrinkende mannen met oude, roestende, piepende pick-ups, maar frêle meisjes in batik jurkjes met schaafijs en pancakes.

Zoals de hippies ons bevooroordeelde idee van de toeschouwers hadden veranderd, deed de organisatie dit door niet alleen traditionele bluegrass te programmeren maar ook de jongere generatie, zoals Punch Brothers en Shotgun Party, die naast old time music en jazz ook radiohead en klassiek door laten sijpelen in hun muziek. De grootste uitzondering was de creoolse fiddler en accordeonist Cedric Watson. Hij bracht een beetje New Orleans naar Virginia.

Onze favoriet was het trio Larry Keel, David Via en John Flower met het fantastische lied ‘Moonshine in the moonlight’ (geschreven door Via). Helaas hebben we dat nummer niet kunnen opnemen, maar in het volgende filmpje een uitvoering van Hotwax and the Splinters.

Wel hebben we een ander typisch bluegrass geluid van deze drie mannen. Luister hier naar Larry Keel, David Via en John Flower, die speciaal voor het Watermelon Park Fest een trio vormden.