Aside

Dit blog werd van augustus 2010 tot en met september 2011 bijgehouden voor De Groene Amsterdammer.

To Live in the South, One Has to Be a Scar Lover

Alhoewel wij altijd vanuit een beeldende kunst context naar het literaire fenomeen Southern Gothic hebben gekeken wilden we ook graag een podium bieden aan het geschreven woord, naast de tentoonstelling ‘What the modern age has gained in civility it has lost in poetic inspiration‘ die we over het onderwerp maakten. De publicatie ‘To Live in the South, One Has to Be a Scar Lover’ is het resultaat.

Vijf specialisten hebben een essay geschreven over onderwerpen die terugkomen in Southern Gothic literatuur:

Agnes Andeweg is professor aan de universiteit van Maastricht. Ze specialiseert zich in Nederlandse literatuur en gender studies. Haar proefschrift Griezelig Gewoon (Amsterdam University Press, 2011) verkent hedendaagse Gotieke manifestaties in Nederlandse literatuur. Voor onze publicatie schreef ze een essay over Gotiek als een culturele strategie.

Maarten Zwiers woont en werkt in Groningen. In 2005 studeerde hij Cum Laude af aan de Universiteit Groningen, met zowel een MA in History of Political Culture als een MA in American Studies. In zijn thesis onderzoekt hij het ontstaan van het nationalisme in de Confederate States en in het bijzonder de narratieve structuur in Jefferson Davis zijn speeches. In 2007 haalde hij een MA aan de universiteit van Mississippi, en op het moment voltooit hij een PhD rondom het politieke leven van senator James Oliver Eastland uit Mississippi. Voor ‘To Live in the South, One Has To Be a Scar Lover’ geeft Zwiers een introductie op de groteske politieke geschiedenis van de zuidelijke staten.

Tom Patterson is een freelance kunst criticus, auteur en curator, en schrijft al meer dan 30 jaar over outsider-, en hedendaagse kunst. Hij schreef voor Aperture, Artnews, Art papers, Bomb, Raw Vision, en andere internationale kunst magazines. Hij woont en werkt in Winston-Salem, North Carolina. Naar aanleiding van een gesprek dat wij met hem hadden in zijn Nerve Museum schreef hij een essay dat het idee van de ‘outsider artist’ aan Southern Gothic linkt.

Hal Crowther is schrijver en criticus en woont in Hillsborough, North Carolina en Castine, Maine. Tijdens zijn carriere als editor van Time en Newsweek, als scenarist en columnist won hij de H.L Mencken Award for Writing in 1993. Zijn goed ontvangen, gebundelde essays over Southern literatuur en gewoontes, ‘Cathedrals of Kudzu (2000) en ‘Gather at the River‘ (2006), verkennen de paradoxen van het ‘Nieuwe Zuiden’ met een ironisch twist. Hal Crowther gaf ons toestemming een essay uit ‘Cathedrals of Kudzu’ te herdrukken waarin Southern Gothic literatuur en de Kudzu plant worden gelinkt.

Maxime Lachaud woont en werkt in Toulouse, Frankrijk en is cultuurjournalist. Schrijver Harry Crews stond centraal in zowel zijn PhD als in zijn boek ‘Harry Crews, un maître du grotesque (2007)’ en het scenario ‘L’Etrange Petit Monde de Harry Crews (2004-2005’. Daarnaast publiceerde hij in verschillende tijdschriften over neo-Gothic in literatuur (The Remains of the Gothic, Carnets Noirs II, Obsküre Opus 1, Persistances gothiques). Op het moment werkt hij aan een onderzoek over Southern Gothic cinema. Hij heeft recentelijk een interview met Harry Crews afgenomen – de schrijver die een van de grootste inspiratiebronnen was voor ons project – waarvan een deel in de publicatie is opgenomen.

‘To Live in the South, One Has to Be a Scar Lover’ is vormgegeven door Erik Kiesewetter, een grafisch ontwerper en kunstenaar uit New Orleans, Louisiana. Hij is verslaafd aan ijskoffie, soul food, cocktails, kunst & design publicaties, filosofische katten en blinkende diamanten. Hij is eigenaar van de ontwerpstudio EBSL en initiator van Constance, een platform met vele functies binnen de kunstwereld van New Orleans.

De publicatie is gedrukt in een oplage van 500, en uitgegeven door 1646. Het is per email voor 5 euro (ex. verzendkosten) te bestellen: info@1646.nl.

What the modern era has gained in civility it has lost in poetic inspiration

In het kielzog van de op 1 september 2011 startende verkiezingscampagnes in de U.S.A. en in het licht van de manier waarop Nederland nog steeds naar Amerika kijkt als moderne, liberale heilstaat, opent op 3 september de tentoonstelling What the modern era has gained in civility it has lost in poetic inspiration in 1646. Kunstenaar Joris Lindhout en curator Maaike Gouwenberg deconstrueren het romantische en mythische beeld dat Hollywood nog steeds van Dixie produceert. Deze zuidelijke staten zijn door het neo-liberalisme als ‘gefaald’ bestempeld.

Met het fenomeen Southern Gothic als leidraad maakten zij een roadtrip door de zonnige duisternis van de net over de bible-belt heen stulpende vadsige onderbuik van Amerika. In hun gitzwarte Ford Explorer verkenden zij het terrein dat door schrijvers als William Faulkner, Flannery O’Connor, James Dickey, Cormac McCarthy en Harry Crews werd omschreven met terugkerende thema’s als discriminatie, fundamentalistisch christendom, xenofobische bergbewoners, culturele woestenij en armoede.

Met de ramen dicht en de airco op maximaal voerde de tocht door een derde wereld landschap waarin de feitelijke financiële armoede wordt verhuld met geveinsde nostalgische culturele rijkdom zoals de civil war re-enactments. Waarin de werkelijke culturele rijkdom, de verhalen en muziek, de huiskamer niet kan verlaten vanwege de financiële armoe. Een landschap waarin de overheid het Spanish Moss van Faulkners verhalen heeft vervangen door de alles verslindende Kudzu, een snel groeiende bonenstaak uit Japan. Een landschap vol ruïnes van verlaten mobile homes en kerken groter en moderner dan de Essalaam moskee in Rotterdam. Maar in de Southern States vonden Lindhout en Gouwenberg ook een landschap dat in elke achtertuin een museum of een installatie herbergt, waar je bij een bbq-joint lekkerder kan eten dan bij de Librije en waar ze de muziek maken die aan de basis ligt van de hedendaagse popmuziek.

What the modern era has gained in civility it has lost in poetic inspiration laat de Zuidelijke Staten zien door de ogen van kunstenaars, muzikanten en documentaire makers die er zijn opgegroeid alsmede door kunstenaars met een jarenlange fascinatie voor het gebied. Hoe ziet het leven eruit aan de andere kant van de mythe?

Ondersteunende events:
8 September, 20.00 hrs
“Stranger with a Camera”
Documentaires uit de zuidelijke Appalachen in samenwerking met Appalshop uit Whitesburg Kentucky

22 September, 20.00 hrs
“A piece of the body torn out by the roots might be more to the point”
– James Agee, Let Us Now Praise Famous Men
Talk and discussion with Jeremiah Day on the difficulty and stakes of the representation of political struggle in the US South.
Lezing over de invasieve plant Kudzu door Reinout Havinga, van de Hortus Botanicus in Amsterdam.

Booklaunch
“To live in the South one has to be a scar lover”
Publicatie met teksten van: Agnes Andeweg, Harry Crews, Hal Crowther, Maaike Gouwenberg & Joris Lindhout, Maxime Lachaud Tom Patterson en Maarten Zwiers.

24 September, 20.00 hrs
onderdeel van TodaysArt
“The Root of Bluegrass”
Ondersteund door live muziek en een verzameling platen schetsen Theo Marks en Han Orsel een beeld van een gebied dat prachtige en invloedrijke muziek voortbracht tijdens een van de meest vreselijke periodes van de Westerse moderne tijd.

What the modern era has gained in civility it has lost in poetic inspiration

Deelnemende kunstenaars: Brad Benischek & Case Miller, Chris Cogan, Jeremiah Day, Howard Finster, Joris Lindhout, Greely Myatt, Ricky Needham, Sanne Peper, Paul Thomas en Michel Varisco.
Curatoren: Maaike Gouwenberg en Joris Lindhout.

Met dank aan: Hortus Botanicus Amsterdam, USDA, ARS, Plant Genetic Resources Conservation Unit, Georgia, Pierre Tol, Victor Faccinto, en Laura Lashley.

Ondersteund door: Gemeente Den Haag, Stroom, Prins Bernhard Cultuurfonds Zuid-Holland, Fonds BKVB, en het Materiaalfonds.

Groene, dwaze, onsterfelijke geesten

U zult na onze vorige twee posts over Kudzu wel bekend zijn met deze plant. Speciaal voor de tentoonstelling in 1646 kweekt de Hortus Botanicus in Amsterdam een aantal exemplaren voor ons. De ervaring leert dat deze in de Southern States zeer invasieve plant in Nederland niet zo goed weet te aarden. Over het hoe en waarom planten invasief kunnen worden in ecosystemen waar zij oorspronkelijk niet voorkomen en over hoe het nou zit met onze Kudzu zal Reinout Havinga, de bioloog van de Hortus, op donderdag 22 september een lezing geven in de tentoonstelling.

James Dickey is de schrijver van het boek waarop de film Deliverance gebaseerd is. Hoewel hij in eerste instantie volledig meewerkte aan de verfilming, heeft hij zich later helemaal uit het project terug getrokken. De manier waarop de regisseur de in het boek zo subliem beschreven delicate balans tussen wat beschaving een mens oplevert en wat hij daarvoor achter zich laat omvormde tot een soort Hillbilly-poppenkast kon Dickey niet bekoren.
Het hierna volgende gedicht over Kudzu van zijn hand toont zijn literaire kunnen. Wellicht motiveert het u om 39 jaar na het verschijnen van de film alsnog het boek te gaan lezen.

Kudzu – James Dickey

Japan invades. Far Eastern vines
Run from the clay banks they are

Supposed to keep from eroding.
Up telephone poles,
Which rear, half out of leafage
As though they would shriek,
Like things smothered by their own
Green, mindless, unkillable ghosts.
In Georgia, the legend says
That you must close your windows

At night to keep it out of the house.
The glass is tinged with green, even so,

As the tendrils crawl over the fields.
The night the kudzu has
Your pasture, you sleep like the dead.
Silence has grown Oriental
And you cannot step upon ground:
Your leg plunges somewhere
It should not, it never should be,
Disappears, and waits to be struck

Anywhere between sole and kneecap:
For when the kudzu comes,

The snakes do, and weave themselves
Among its lengthening vines,
Their spade heads resting on leaves,
Growing also, in earthly power
And the huge circumstance of concealment.
One by one the cows stumble in,
Drooling a hot green froth,
And die, seeing the wood of their stalls

Strain to break into leaf.
In your closed house, with the vine

Tapping your window like lightning,
You remember what tactics to use.
In the wrong yellow fog-light of dawn
You herd them in, the hogs,
Head down in their hairy fat,
The meaty troops, to the pasture.
The leaves of the kudzu quake
With the serpents’ fear, inside

The meadow ringed with men
Holding sticks, on the country roads.

The hogs disappear in the leaves.
The sound is intense, subhuman,
Nearly human with purposive rage.
There is no terror
Sound from the snakes.
No one can see the desperate, futile
Striking under the leaf heads.
Now and then, the flash of a long

Living vine, a cold belly,
Leaps up, torn apart, then falls

Under the tussling surface.
You have won, and wait for frost,
When, at the merest touch
Of cold, the kudzu turns
Black, withers inward and dies,
Leaving a mass of brown strings
Like the wires of a gigantic switchboard.
You open your windows,

With the lightning restored to the sky
And no leaves rising to bury

You alive inside your frail house,
And you think, in the opened cold,
Of the surface of things and its terrors,
And of the mistaken, mortal
Arrogance of the snakes
As the vines, growing insanely, sent
Great powers into their bodies
And the freedom to strike without warning:

From them, though they killed
Your cattle, such energy also flowed

To you from the knee-high meadow
(It was as though you had
A green sword twined among
The veins of your growing right arm–
Such strength as you would not believe
If you stood alone in a proper
Shaved field among your safe cows–):
Came in through your closed

Leafy windows and almighty sleep
And prospered, till rooted out.

De mythe in het post-* tijdperk

Toen orkaan Katrina in 2005 over New Orleans raasde konden Brad Benischek en zijn familie net op tijd de stad verlaten. Een dikke maand later keerde hij terug naar zijn half ondergelopen huis in de wijk Bywater, als een van de eersten in heel New Orleans. Te midden van de ravage legt hij de terugkomst van zijn stadsgenoten vast in tekeningen, welke zijn gebundeld in de publicatie ‘Revacuation’. De personages in het boek zijn dier-mensen; zo zijn de gevluchtte inwoners van New Orleans vogels, de mensen in de andere steden die hen helpen konijnen en katten, en de officieren en tijdelijke machthebbers worden afgebeeld als wolven, honden en vogelverschrikkers. In een vlotte stijl, aangevuld met losse zinnen, tekent Benischek de chaotische wereld die New Orleans een aantal jaar zou blijven in de vorm van een dierdicht. De moraal van de fabel is dit keer alleen aan de machthebbers gericht in plaats van aan het volk.

Met een scherp oog voor kleine veranderingen in de urbane omgeving en een kritische blik op politieke verschuivingen, goede oren voor bizarre waargebeurde of fictieve verhalen en een flinke dosis (zwarte) humor, maakt Benischek muur vullende tekeninstallaties, kleine bijdragen aan publicaties en ingrepen in de openbare ruimte. Hij creëert mythes in de openbare ruimte, verandert het straatbeeld door kleine visuele ingrepen en maakt scherpe opmerkingen over de hedendaagse ontwikkelingen in de wereld. Benischek gebruikt elementen uit klassieke mythes om bewindslieden en andere machthebbers een lesje in de zedenleer te geven.

Benischek is ook een van de oprichters van Press Street, een kunstenaars- en schrijvers initiatief in New Orleans. Hier startte hij het 24-uur durend event genaamd ‘Drawathon’, waarbij niet alleen bekende kunstenaars worden uitgenodigd maar iedereen die dat wil mee kan doen. Press Street maakt tentoonstellingen in Antenna Gallery en publiceert boeken van kunstenaars en schrijvers uit New Orleans.

Geobsedeerd door de rauwe en over de top groteske karakters in Harry Crew’s boek A Feast of Snakes, zal Benischek in 1646 een site-specific installatie maken met een bijbehorende soundtrack en een felle en reflectieve zine.

Het landschap als toorn van God

Zodra je een project begint vanuit een bepaald thema kom je onmiddellijk mensen tegen die met dezelfde dingen bezig zijn en van wie je even daarvoor nog nooit had gehoord. In de volksmond ook wel: het gele-auto syndroom.

Uiteraard gebeurde dat ook toen wij begonnen met het Southern Gothic project. Via twee verschillende wegen werden wij op het werk van fotografe Sanne Peper gewezen. Peper zat op dat moment net in de Southern States. Ze gaat er regelmatig heen om foto’s te maken voor een boek over het sublieme landschap van Dixie.

Op zoek naar sporen van de geschiedenis van de kernbom voor het drieluik ‘Black Noise (a trinity trilogy) deed ze een aantal jaar geleden het diepe zuiden aan. Daar raakte ze onmiddellijk in de ban van het landschap. Waar het project over de sporen van de kernbom gaat over het landschap als getuige (tegenovergesteld aan Armando’s idee van een Schuldig Landschap) verdiende het landschap van Dixie een andere aanpak. Onder invloed van schrijfster Flannery O’Connor begon Peper het landschap van Dixie als een personage te zien. In O’Connors woorden:

a landscape characterized by sin, guilt and judgement

In het licht van het slavenverleden is dit goed te begrijpen, maar ook de extreem religieuze inborst van de gemiddelde Southener heeft hiermee te maken. Inmiddels: al wat het land geeft is door God geschonken. En dus mag je dat ook allemaal gebruiken. Onder andere deze houding leidt tot industrialisatie van het landschap – mijn-, en landbouw maar ook veeteelt en olieplatformen – wat het landschap een uit balans geslagen gevoel geeft. De immense landbouwvelden maar ook het wegslaan van hele bergen voor mijnbouw en de hoeveelheid boorplatformen voor de kust zijn daar groteske voorbeelden van.

Peper is geïnteresseerd in dit beladen landschap maar niet vanuit een documentair standpunt; je hoeft dus ook geen foto’s die de gevolgen van strip-mining tonen te verwachten. Wel is ze geïnteresseerd in het communiceren van de emoties die het landschap bij haar losmaakt. In dezen is Peper een romantische kunstenaar bij uitstek, en past zodoende erg goed bij een project dat met de Gotiek van doen heeft. Door heel ver in te zoomen op het landschap, of door net onscherpe en vage beelden te maken geeft Peper haar toeschouwer hetzelfde ongemakkelijke gevoel als O’Connor kan geven met haar verhalen. Op haar rauwe, groezelige foto’s toont de natuur zich van haar meest sublieme kant. Wonderschoon en monsterlijk. Eigenlijk net als de toorn van God, als we de preken van de pentecostal priesters moeten geloven.

Jezus in Athene

Geloof is in Dixie normaler dan het hebben van een tv. De meeste mensen trouwen jong en gaan op zondag naar de kerk. Zo ook de studenten van de Lamar Dodd School of Art in Athens Georgia, waar kunstenaar Christopher Cogan lesgeeft. Hij introduceert de studenten in een wereld waar ze versteld van staan en probeert de liefde voor Jezus aan te vullen met de liefde voor hedendaagse kunst en het denken daarover.

Na zijn studie in Frankrijk woonde hij in Amsterdam waar hij terecht kwam in de house-scene van de jaren ’90, in eerste instantie als runner bij de iT. In die tijd zette hij de performance band Melted Men op waarmee hij eens in de vier jaar rondtoert. Het zijn over de top performances ondersteund door waanzinnige verhalen en meeslepende, soms oorverdovende maar goed dansbare muziek. Chris springt zelf hyperactief over het toneel en doet het vertelwerk in een mix van talen. The Player uit Rotterdam bracht hun muziek op vinyl uit.

Ver weg van deze bizarre, aan de Roxy-tijd herinnerende performances, in het idyllische stadje Athens, maakt Cogan video’s, installaties, performances en sculpturen die veelal refereren aan verhalen en gebeurtenissen in de zuidelijke staten. De explosieve energie die je terug vindt in de Melted Men performances vinden hier hun weg in sociaal-politiek gemotiveerde theatrale opstellingen die doen denken aan een mix tussen Olaf Breuning en Marc Bijl.

Athens is in de staat Georgia een van de weinige steden waar hedendaagse kunst een plek heeft. Het plaatsje staat bekend als een ‘College Town’, wat betekend dat er een universiteit staat. Zo’n universiteit maakt een wereld van verschil: in een College Town vind je nog allerhande lokale winkels en koffiehuizen, heb je galeries en musea, is er een actieve hedendaagse muziek scène, en support iedereen het lokale Football team.

De beeldende kunstafdeling van de Lamar Dodd School of Art wordt geleid door Rotterdamse kunstenaar Martijn van Wagtendonk. Met hem maakten we het briljante plan voor een academie waarin de Christelijke studenten worden opgeleid vanuit de liefde voor Jezus (Jezus is in Dixie de man, over God hebben ze het niet zo vaak). Door het curriculum zo in te richtten dat alle facetten van het geloof benaderd worden vanuit de kunsten zouden dit wel eens hele goeie studenten kunnen worden. Waar de studenten nu zachtjes worden gepushd niet te veel van hun liefde voor het geloof in hun ‘kunst’ te verwerken zou deze extreme school juist een catharsis kunnen opleveren die de studenten naar het volgende niveau kan brengen. Religieuze kunst die voorbijgaat aan de propaganda. Het begin van een nieuwe stroming, met van Wagtendonk als nieuwe Paulus?