Maandelijks archief: september 2010

Fiddlin’ and Pickin’

Na het zien van folk art, het luisteren naar verhalen en verstrikt geraakt te zijn in de kudzu in de Smoky Mountains hebben we ons ondergedompeld in bluegrass en old time music. Het Watermelon Park Fest, net buiten het idyllische Berryville in Virginia, is een van de vele bluegrass festivals in de Deep South. In de hitte van de vroege herfst vonden de toeschouwers naast meeslepende muziek verkoeling in de Shenandoah River.

Bluegrass is een sub-genre van country muziek en bestaat uit een mengeling van de muziek die de Schots-Ierse immigranten meebrachten gecombineerd met African-American invloeden van jazz en blues. Bluegrass wordt bijna altijd gespeeld op snaarinstrumenten als de ‘fiddle’ (viool), mandoline, bas, gitaar (bespeeld met een ‘picking’ techniek) en banjo (afkomstig uit Afrika). Net als in de jazz speelt improvisatie een grote rol en wordt de melodie van instrument op instrument overgedragen. Bluegrass werd in eerste instantie ‘hillbilly mountain music’ genoemd. In de jaren ’40 introduceerde de ‘father of bluegrass’ Bill Monroe het genre: “Scottish bagpipes and ole-time fiddlin’. It’s Methodist and Holiness and Baptist. It’s blues and jazz, and it has a high lonesome sound. It’s plain music that tells a good story. It’s played from my heart to your heart, and it will touch you. Bluegrass is music that matters.”

Bill Monroe had de eerste officiële bluegrass band, de Blue Grass Boys uit Kentucky (Kentucky wordt ook wel ‘the blue grass state’ genoemd, naar de veel voorkomende grassoort). Niet alleen de naam van het genre maar ook verschillende termen gelinkt aan de manier van spelen komen van de verschillende leden van de band. Zoals Earl Scruggs met de Scruggs Style, het bespelen van de banjo met drie vingers. Zelf beweerde Earl Scruggs dat zijn leraar Snuffy Jenkins dit had geleerd van Rex Brooks en Smith Hammet in de jaren ’20. De wortels van bluegrass zijn uiteindelijk overal in de zuidelijke staten te vinden en de ontwikkeling van het genre gaat tot op de dag van vandaag door. Films als Deliverance en O Brother, Where Art Thou? hebben het genre steeds opnieuw geïntroduceerd bij het grotere publiek.

Deze films hebben het aura van de hillbilly zo stevig aan bluegrass en old time music gelinkt dat het verbazingwekkend was hoeveel hippies er op het Watermelon Park Fest rondliepen. Niets geen rauwe bierdrinkende mannen met oude, roestende, piepende pick-ups, maar frêle meisjes in batik jurkjes met schaafijs en pancakes.

Zoals de hippies ons bevooroordeelde idee van de toeschouwers hadden veranderd, deed de organisatie dit door niet alleen traditionele bluegrass te programmeren maar ook de jongere generatie, zoals Punch Brothers en Shotgun Party, die naast old time music en jazz ook radiohead en klassiek door laten sijpelen in hun muziek. De grootste uitzondering was de creoolse fiddler en accordeonist Cedric Watson. Hij bracht een beetje New Orleans naar Virginia.

Onze favoriet was het trio Larry Keel, David Via en John Flower met het fantastische lied ‘Moonshine in the moonlight’ (geschreven door Via). Helaas hebben we dat nummer niet kunnen opnemen, maar in het volgende filmpje een uitvoering van Hotwax and the Splinters.

Wel hebben we een ander typisch bluegrass geluid van deze drie mannen. Luister hier naar Larry Keel, David Via en John Flower, die speciaal voor het Watermelon Park Fest een trio vormden.

Advertenties

Sir Walter Scott

In de laat 19e eeuw schreef Mark Twain in zijn boek Life on the Mississippi:

It was Sir Walter that made every gentleman in the South a Major or a Colonel, or a General or a Judge, before the war; and it was he, also, that made those gentlemen value their bogus decorations. For it was he that created rank and caste down there, and also reverence for rank and caste, and pride and pleasure in them. Enough is laid on slavery, without fathering upon it these creations and contributions of Sir Walter. Sir Walter had so large a hand in making Southern character, as it existed before the war, that he is in great measure responsible for the war.

Hiermee doelde Twain op de vergaande populariteit van Scott’s boeken. Ivanhoe bijvoorbeeld was zo populair dat er middeleeuwse tournooien werden georganiseerd in Dixie! De ridder te paard, de jonkvrouw in nood en het eergevoel verwoordt in Scott’s boeken spraken tot de verbeelding van de aristocratie van antebellum Dixie. Zo erg zelfs – beweert Twain – dat deze aristocraten zichzelf als edele ridders zagen.  En als edele ridder laat je je natuurlijk niet de les lezen door een stel barbaren uit het hoge noorden.

Scott’s invloed is vandaag de dag nog voelbaar. Het gedicht The Lady of the Lake was zo mogelijk nog populairder dan Ivanhoe; het werdt ieder kind in Dixie met de paplepel ingegoten. Het verbranden van kruizen door de Ku Klux Klan is rechtsreeks uit dit gedicht overgenomen. Daarnaast luidt de lijfspreuk van menig Dixiaan: “Those who cannot remember the past are condemned to repeat it“. Geschiedenis is hier bon-ton. Het liefst niet in een boek, maar re-enacted. Net als voor de oorlog, toen er in Dixie nog ridders woonden.

Howard Finster the Folk Artist from Another Planet

In de nazomerse hitte van Georgia rijden we over binnenwegen naar het gehucht Pennville, net buiten Summerville. Een klein, onopvallend bordje wijst ons de weg naar ‘Paradise Gardens’. Tussen de zuidelijke simpele huizen en de trailers mét veranda schittert het dak van Howard Finster’s World Folk Art Chapel. Andy Wilson opent de deur en leidt ons via de trailer van zijn wereldberoemde grootvader naar het Paradijs.

Howard Finster (1916 – 2001) was een man met een missie; Gods woord de wereld inbrengen. Ook was hij een man met visioenen. Op zijn derde kreeg Howard zijn eerste visioen: zijn overleden zusje kwam uit de wolken naar beneden en vertelde hem dat hij nog vele visioenen zou krijgen in zijn leven. Vanaf zijn 16e preekte Howard voor verschillende kerken en ook reisde hij naar afgelegen plekken met zijn eigen ‘tent revivals’ – de voorloper van de mega kerk. Naast prediker was hij loodgieter, fietsenmaker en elektriciën. Hij was ongeschoold en zag zichzelf als de afgezant van God die op verschillende manieren Zijn boodschap aan de mensen overdroeg.

In 1941 start Howard in zijn achtertuin The Garden for Inventions of Mankind, waarin hij alle uitvindingen van de mens wilde verzamelen. Al snel werd deze tuin te klein en zocht hij naar een nieuwe plek. Deze vond hij een dorp verder, in Pennville, Georgia. In Pennville bezat Howard 7 hectare zompige grond waar hij verschillende gebouwen neerzette. Op een dag in 1976 tijdens het schilderen van een van de gebouwen, daalde er een hemelse rust op Howard neer en in de druppel verf op zijn vinger verscheen een gezicht. Een stem droeg hem op ‘sacrale kunst’ te gaan schilderen. Howard antwoordde dat hij niet kon schilderen omdat hij geen opleiding had genoten. Toch luisterde hij naar de stem, nam een dollarbiljet uit zijn broekzak en plakte dit met verf op een stuk triplex. Dit portret van George Washington, van jongs af aan zijn grote held, was zijn eerste sacrale schilderij. In de laatste twintig jaar van zijn leven stak Howard Finster al zijn energie in het maken van sacrale kunst. Hij stelde zich ten doel om 5.000 schilderijen te maken maar bij zijn dood in 2001 had hij meer dan 48.000 werken gemaakt. Altijd met een Bijbelse boodschap maar vanuit een simpele houding en met alledaagse iconen en referenties die iedereen kan begrijpen. Hij schuwde niets en gebruikte alles waar hij van hield om zijn boodschap te verduidelijken. In zijn paradijs vind je zowel Elvis, Coca-Cola, George Washington als Cadillacs terug.

Al vanaf het moment dat we de tuin instapten daalde de magie van deze plek op ons neer. Niet de heilige boodschap die Howard zijn hele leven in volle overgave predikte, maar het aura van de talloze uitingen van zogenaamde folk art, de bijzondere gebouwen en oude ondergetekende auto’s waarmee dit paradijs volstaat. De paden zijn gemaakt van mozaïek: stukjes glas, spiegeltjes, knikkers, vorken, cola flesjes, een verdwaalde oorbel en hier en daar een foto. De gebouwen zien eruit alsof ze allemaal zijn gemaakt uit een combinatie van triplex en blik. De Folk Art Chapel is een gebouw met vijf verdiepingen dat op een grote ouderwetse draaimolen lijkt en schittert in de zon. Het lijkt wel of Howard met een grote schaar het hele gebouw uit een blikken bouwplaat heeft geknipt. Aan alle randen van de daken hangen kleine stukjes blik die het geheel nog fragieler doen voorkomen. In een hoekje van de kapel is een nis met de gedenksteen van de grote meester.

De tuin staat vol met bouwsels, installaties van beton, een struik met wieldoppen, hopen gegoten gezichten, een schoen van 2,5 meter lang met een bijbeltekst, verschillende muren met mozaïeken en een betonnen paardje op de uitkijk. Achterin schittert een spiegelhuisje op poten, omwonden met klimop. Overal staan bordjes die de bezoeker van het paradijs letterlijk en figuurlijk op het rechte pad houden. We komen bijna niet vooruit zoveel is er te zien. Bij elke stap die je zet verschijnt er iets nieuws. En toen onze ogen moe waren en we alles gezien dachten te hebben, vonden we een ingang van een van de huizen waar de wanden helemaal volhangen met kunst gemaakt door aanbidders van Howard. Uiteindelijk rusten we voldaan en vol van nieuwe energie uit in de muziek kapel waar de muren beschreven zijn met heilige teksten en een hele grote Coca Cola fles de aandacht opeist.

Deze overweldigende tuin geeft zoveel inspiratie dat het niet verwonderlijk is dat Howard Finster in 1984 de Amerikaanse trots was op de biënnale van Venetië en op dit moment een grote overzichten tentoonstelling heeft in Chicago.

Paradise Gardens is het folk art paradijs en lijkt, net als zijn maker van een andere wereld. Zoals hij zelf op twee schilderijen schreef: “I am Howard Finster a stranger from another world. My father and my mother, my sisters and brothers, my wife, my children, my grandchildren have really never figured me out for my kingdom is not of this world. Only my Father in Heaven knows me on this planet and that’s why I have been strong and happy. When my work is finished I will go back to my other world.”

Meer quotes van Howard Finster

Het Gevecht Tegen De Hitte

Op het moment dat ik dit schrijf is het ’s ochtends 9 uur en zit ik in Richmond, Virginia. Richmond ligt ter hoogte van Lissabon, en op het moment is het hier ongeveer 25 °C. Plaatsen als Mobile, New Orleans en Miami liggen lager – ter hoogte van Marrakech of nog lager. De temperatuur loopt daar nu nog op tot ongeveer 35 °C. Pas in januari koelt het wat af, om ergens in maart al weer op te lopen.

Hitte is hier in Dixie altijd een probleem geweest – met name voor de arbeiders (en al helemaal voor de slaven op de plantages). De Southerners hebben hier in de loop der tijd verschillende oplossingen voor bedacht:

Architectuur:
De muren van de hutten die de eerste pioniers bouwden bestonden uit gestapelde balken met kieren van een centimeter of 8. In de winter werden deze kieren dicht gesmeerd met modder. Zodra het warmer werd bikten ze de gedroogde modder weg, en zorgden de kieren voor een aangename tocht binnenshuis.

Later werd deze techniek geperfectioneerd. Men maakte lang doorlopende daken welke 30 centimeter boven de muren werden geplaatst. Ook bouwde men het huis op een hoge fundering. Zo kon de boel lekker doortochten terwijl de tropische regen buiten bleef.

Architectonisch gezien is de belangrijkste en meest effectieve oplossing de veranda (Porch). Het dak van het huis stak zo ver uit dat er een extra kamer ontstond bij de voordeur. De ruimte werd afgezet met gaas of grof geweven stof om ongewenste insecten buiten te houden. In de heetste maanden van het jaar woonde men op de Porch.

Voeding:
Southerners houden van alle mensen in het Westen het meest van pittig. Door het eten van pittig voedsel ga je zweten en zodoende koel je af. Waar in New York een fles Ketchup op tafel staat, heb je hier vaak de keuze uit verschillende soorten Hot Sauce. Maar het meest tekenend is wel de hoeveelheid Soft Drinks die hier zijn uitgevonden. Coca-Cola komt uit Georgia, Pepsi uit North Carolina, Mountain Dew uit Tennessee en Dr. Pepper uit Texas. Ook schijnt Ice Tea uitgevonden te zijn in Virginia. Ice Tea wordt sterk gezoet verkocht onder de naam Sweet Tea, iets wat ik buiten Dixie nog niet gezien heb. Ook de indianen hadden hun eigen limonade: Pink Lemonade. De smaak ‘Grenadine’ zoals wij die vandaag kennen is daar een afgeleide van.

Air Conditioning:
Alhoewel mensen al eeuwen lang tegen de hitte vechten en er door verschillende volkeren airco-achtige systemen zijn bedacht, ligt de basis voor de moderne airco in de Verenigde Staten. In 1881 bedachten een aantal ingenieurs uit Washington een systeem dat lucht over een bak schaafijs blies om de laatste dagen van de neergeschoten president James Garfield te veraangenamen. In 1902 bouwde Willis Carrier in New York een systeem dat de lucht verkoelde én van vocht ontdeed voor een drukker wiens kleuren uitliepen tijdens warme, vochtige dagen.
Stuart W. Cramer bezat in 1906 een textiel fabriek in North Carolina. Katoen is makkelijker te bewerken als het vochtig is, en zo bedacht Cramer een systeem wat de lucht vochtig maakte. Dit systeem doopte hij ‘Air Conditioning’. Vanaf de jaren ’50 bestaat de Air Conditioning zoals wij die nu kennen. Een systeem dat in de zomer 40% van het totale electriciteitsverbruik voor z’n rekening neemt en dat steden soms wel 4 graden opwarmt met z’n aan de buitenkant van gebouwen geplaatste motoren.

Ruim 50 jaar later is het in de gebouwen en auto’s van Dixie zo koud dat je geen koelkasten meer nodig hebt. Je gaat je bijna afvragen of men hier niet gelooft dat de mens ook langer goed blijft als hij/zij gekoeld bewaard wordt. Ondertussen hebben de meeste moderne huizen geen veranda’s meer. De mensen blijven de hele dag binnen, met de deuren en ramen dicht. Als vreemdeling is het zo af en toe wel lastig om wat mee te krijgen van de beroemde Southern Hospitality. Een uitzondering hierop wordt gevormd door de economisch minder bedeelden. Met alle ramen open rijden ze in hun roestige Pick-up’s naar de ijskoude Walmart. Ook de trailers waar ze in wonen hebben gewoon nog een Porch.

The Road To Nowhere

De Great Smoky Mountains danken hun naam aan de op rook gelijkende mist die ontstaat doordat warme lucht van de Golf van Mexico heel snel afkoeld in de koudere bergen. De Smokies maken deel uit van de Appalachen, een gebergte dat zich helemaal tot Nova Scotia in Canada uitstrekt.

In deze Great Smoky Mountains ligt het kleine stadje Bryson City aan de Tuckasegee rivier. In Bryson City heeft verhalen verteller Tim Hall het Storytelling Center of the Southern Appalachians opgericht. De missie van het Storytelling Center is het verzamelen, behouden, ten gehore brengen, interpreteren en onderwijzen van de muzikale en orale tradities uit de zuidelijke Appalachen. De verhalen, liederen, recepten en andere gebruiken die van vader op zoon, moeder op dochter en vriend op vriend werden doorgegeven lijken onder invloed van het kapitalisme en de daarmee gepaarde leegloop van kleine dorpjes in vergetelheid te geraken.

Zelf is Tim een kleine, actieve man die lang geleden vanuit Pennsylvania naar het zuiden is getrokken – als the South in je bloed zit, word je niet gelukkig in het noorden. Nog meer dan in de grotere steden, liggen zijn hart en ziel bij de ‘Smokies’ en haar bewoners. In de afgelopen jaren is hij van dorp naar dorp getrokken om de verhalen van toen en nu te horen en zo de specifieke kennis van de bewoners in het gebied te vergaren. Vanuit een tijdelijke ruimte in het centrum van het kleine stadje deelt Tim zijn verzamelde verhalen en muziek in storytelling events en in het wekelijkse radioprogramma Crossroads.

De verhalen die hij vertelt zijn vaak verbonden aan een specifieke gebeurtenis. Zo vertelde hij ons het verhaal ‘The Road To Nowhere’, over het bedrog van de regering die in 1943 begon met het aanleggen van een grote dam en bijbehorend stuwmeer, dat de plaatselijke bevolking niet alleen dwong te verhuizen maar ook de route naar hun kerkhoven afsneed. Kerkhoven zijn erg belangerijk in de Appalachen. Eens per jaar in de lente trekken families naar de graven van hun voorouders voor Decoration Day. Alle graven worden schoongemaakt en voorzien van verse bloemen en planten.

De bewoners werd een nieuwe weg beloofd die naar hun oude woonplaats zou leiden, maar deze is tot op de dag van vandaag niet afgemaakt. Volgens de gemaakte afspraken bouwde Bryson City zelf de eerste 7 mijl van de weg (en zelfs een tunnel) die boven op een berg ophoudt. De belofte die is gemaakt en gebroken is de kern voor de jongste generatie die het gevecht doorzet. Tim draagt door het herhaald vertellen van dit verhaal bij aan de spirit die nodig is om een regering aan zijn beloftes te houden. De activistische tint die in dit verhaal besloten ligt komt in veel van zijn verhalen terug. Zo is Tim niet alleen Folklorist, maar iemand die door middel van hedendaagse verhalen inspireert tot het in leven houden van oude gebruiken.

Beluister een fragment van The Road to Nowhere verteld door Tim Hall.

Stap 1: De auto

Een van de eerste obstakels die je tegenkomt tijdens de voorbereidingen van een tour als de onze is het vervoer. Aangezien het met een grote hoeveelheid bagage fijner is én omdat de Noord Amerikaanse infrastructuur gemaakt is voor de auto lijkt dit de beste keus.

Een auto huren voor drie maanden is niet echt een optie qua kosten: de verplichte verzekering komt op meer dan twee keer zoveel als de huurprijs van de auto zelf. Dus dan maar een auto kopen, wat sowieso leuker is – en wellicht nog wat opbrengt wanneer je hem aan het einde van de reis goed kan verkopen.

Echter, zodra je op het internet de mogelijkheden omtrent het kopen en verzekeren van een auto in de VS voor tijdelijk gebruik door toeristen bekijkt, lijkt het kopen van een auto een welhaast onmogelijke zaak. Op de meeste fora is men het erover eens dat het kopen van een auto geen enkel probleem is, maar dat de ellende begint zodra je de auto wilt verzekeren (wat ook verplicht is in de VS). Zo moet je een adres hebben in de VS, zijn er allerhande verschillen in het afsluiten van verzekering per staat, moet de bestuurder 21 jaar of ouder zijn, je minimaal 2 jaar een rijbewijs hebben, en zo gaat de lijst met problemen nog wel even door.

Gelukkig hebben wij een hele andere ervaring. Twee dagen na aankomst reden wij in onze roestige, benzine-slurpende ’98 Ford Explorer 4L V6 verzekerd en wel Miami uit.

Op internet vonden wij Yoli Wheeler, de fantastische Nederlands-Amerikaanse directrice van het bedrijf Shop USSA (shipping van boten tot onderbroeken vanuit de EU naar de VS en andersom). Zij werd onze gids door het oerwoud in autoland. Zoals eerder aangegeven is het eerste, en grootste probleem het verkrijgen van een adres in de VS wat gebruikt kan worden voor de registratie & verzekering. Wij hebben hiervoor Yoli Wheeler’s adres gebruikt. Tegen een kleine vergoeding ontvangt zij alle papieren en stuurt deze ‘overnight’ naar de plaatst waar wij op dat moment verblijven. Je kan hier bijvoorbeeld ook het adres van de auto dealer voor gebruiken. Eigenlijk ben je er dan al: je moet natuurlijk nog een goede auto vinden, maar dat is opzich niet anders dan in Nederland. Ze hebben geen APK of een dergelijk systeem in de VS, dus een goede inspectie is wel belangrijk. Ook moesten wij alles contant betalen. Het is handig om dat geld al mee te nemen vanuit Nederland, want $3500 schud je niet zomaar uit een Amerikaanse ATM.

Alle andere problemen die wij op internet tegen zijn gekomen behoren tot het rijk der fabelen. Joris heeft net drie maanden zijn rijbewijs; geen probleem. De verzekering afsluiten voor drie maanden; geen probleem. Yoli Wheeler heeft toeristen op dezelfde manier geholpen in een aantal andere staten, dus ook dat is geen probleem.

Speciaal voor de auto en de bijbehorende verzekering vlogen wij naar Miami – ons oorspronkelijke plan was om naar Washington D.C te vliegen. Dat hadden we dus gewoon kunnen doen, ware het niet dat we dan twee dagen aan een heerlijk strand hadden misgelopen.