Maandelijks archief: juli 2011

Een monument voor het monument

Jeremiah Den Helder

'A film about a politician', performance, 2011 Den Helder

Over het algemeen komt de roep om een monument voor een bepaald persoon of bepaalde gebeurtenis vanuit het volk. Via de lokale politiek wordt er geld vrijgemaakt, een commissie uitgeschreven, en een plek geregeld. De groep mensen die emotioneel belang hebben bij het monument mogen hun zegje doen als jurylid, samen met de politiek verantwoordelijken. Dit gaat bijna altijd goed. Als een van de partijen een steekje laat vallen kan het echter uitdraaien op een langdurige rel, zoals bij het Anton de Kom monument in de Bijlmer. Terwijl de nazaten van Anton de Kom achter de uiteindelijke keuze van het kunstwerk stonden, waren diegenen die om het monument hadden gevraagd zelf niet gecharmeerd en zelfs zeer gekwetst en boos. Een jaren lange strijd was het gevolg. Geschiedenis bewijst zich op zo’n moment als een zeer gevoelig instrument dat alleen zuiver klinkt als alle snaren op de juiste manier worden aangeslagen.

Jeremiah Day krakersmonument

Krakersmonument, 2009

Van kunstenaar Jeremiah Day zou je kunnen zeggen dat hij dit instrument gebruikt om Jazz te spelen. In zijn pogingen om zich te verhouden tot historische, soms vergeten locaties, bewegingen of personen stelt hij zichzelf buitengewone opdrachten (zoals het realiseren van een monument voor de kraakbeweging) die bijzondere vragen oproepen en onderzoeken. Want wie mag er eigenlijk om een monument vragen en wie bepaalt of die persoon of gebeurtenis een monument waard is? En moet een monument eigenlijk wel tijdloos en ruimtelijk zijn? Wie is dan het publiek van zo’n monument? Hoe representeer je de zaken waar het echt om gaat zoals bijvoorbeeld het activeren van burgers door de kraakbeweging?

No Words For You, Springfield, 2008 (detail van installatie)

Alhoewel Day de term ‘monument’ niet altijd gebruikt in directe relatie tot al zijn werken, spelen bovenstaande zaken zeker een rol in al die werken. Zoals in zijn vorig jaar bij Ellen de Bruijne Projects vertoonde werk LA Homicide. Day maakte foto’s van crime scenes waarvan hij beschrijvingen vond op een weblog van de Los Angeles Times. De blogs tonen een kaartje met de exacte locatie van het misdrijf en een korte tekst die het misdrijf omschrijft. Day’s foto’s laten iets zien wat de blog niet toont, maar verhullen eigenlijk alles wat de blog wel toont. Grimmige stadsgezichten van een L.A zonder mensen. De foto’s geven de vermoorden een stem die groter is dan een blogpost van 6 regels en die romantischer is dan een kaartje met een pijl. De gruwelijkheden zijn niet in een abstracte vorm gegoten maar de plek is zwanger van het verhaal, gevangen in de foto. Day maakte een monument voor de vermoorden.

Bij zijn foto’s hoort altijd een verhaal. Deze worden vaak op de foto’s zelf geschreven maar komen het beste tot hun recht in de performances waarin Day, net als in de Jazz, improviseert op een thema. Beeld, muziek en beweging komen samen in een moment waarin zowel de beelden als de beweging en de zang het onderwerp aftasten; er is geen definitieve foto van de plek, er is geen vaste choreografie in de beweging, en er is geen van te voren geoefende melodie. Deze bijna ongrijpbare monumenten lijken fragiel maar zijn door de open opzet sterk en laten een blijvende indruk achter in het hoofd van de toeschouwer.

Jeremiah Day

The Lowndes County Idea - above: marker for the murder of Elmore Bollings and surrounding property

Jeremiah

The Lowndes County Idea - site proposed by a local businessman for my future memorial to the Lowndes County Freedom Organisation.

Voor de tentoonstelling What the modern age has gained in civility it has lost in poetic inspiration toont Day een ‘work in progress’ van het monument wat hij wil oprichten voor de Lowdnes County Freedom Organization (LCFO). In 2007 is Day door het van Abbemuseum in Eindhoven uitgenodigd voor een residency in Alabama in het licht van hun Heartland tentoonstelling. Day deed er onderzoek naar de LCFO en de Black Panthers, woonde een aantal maanden bij Joanne Bland, die als 8-jarig meisje meeliep in de Selma to Montgomery march, en kreeg het idee een monument op te richten voor de LCFO. De gevoeligheid van het onderwerp en maakt het bedenken en oprichten van dit monument tot een lastige taak. Day zegt er zelf over:

In the Lowndes County: Scenario video, Gwen Patton, one of the original activists of the LCFO, comments that she opposed the “sensationalism” of the famous Panthers and their armed marches and staged photographs. The Alabama group wanted to stay out of the newspapers, and work towards winning the political offices that were “closest to the people. ” What form would a non-sensationalistic, close-to-the-people commemoration take? There is an echo here of the American Revolutionary leader (and eventual President) John Adams’ remark: “Democracy has no monuments. It strikes no medallions. It does not bear the head of a man on its coins. Its true essence is iconoclasm.”

Deze laatste opmerking is een controversiële: toen Máxima in 2007 min of meer stelde dat de Nederlandse cultuur niet bestond kreeg ze de wind van voren. Day gaat juist uit van de beweeglijkheid van een samenleving bij het opzetten van zijn monumenten. Het iconoclasme als een bevestiging van het belang van een monument: zijn werk is een monument voor het monument.

Advertenties

Rutte was nooit in Alabama

Nu de sociale verworvenheden van welvaartsstaat Nederland met exponentieel toenemende snelheid worden weggehakt door politici wiens visie door hun kruideniersmentaliteit slechts uitgedrukt kan worden in een kasboekje, komt de bevolking in opstand. Het wordt langzaamaan duidelijk dat het niet slechts gaat om onze pensioenen, ons zorgstelsel of onze tentoonstellings- en theaterruimtes, maar dat het hier gaat om onze cultuur in de breedste zin van het woord.

Toen wij door de Black Belt in Alabama van Selma naar Montgomery reden, de route die Martin Luther King Jr. in 1965 liep met de duizenden aanhangers van de Civil Rights Movement om te strijden voor het stemrecht van de Afro-Amerikaanse bevolking, hebben wij met eigen ogen kunnen zien wat een overheid die zich niet meer bekommert om haar burgers voor schade kan aanrichten door haar afwezigheid. In de heftige geschiedenis van Alabama was er 1 moment waarop er hoop aan de horizon gloorde. Het is dit moment waar wij als politiek bewuste Nederlanders van kunnen leren.

Het is 1965, Lowndes County, Alabama bestaat voor 80% uit Afro-Amerikanen waarvan er niet één geregistreerd staat om te stemmen. Niet dat ze geen interesse hebben in politiek; het is te gevaarlijk om je te registreren. Bloody Lowndes is de toepasselijke bijnaam van deze gemeente waar de blanke bevolking niet schroomt bloedig geweld en intimidatie te gebruiken om haar macht te behouden. Vanuit een opstandige voedingsbodem, onder leiding van John Hulett, staat een kleine groep Afro-Amerikaanse activisten op die het gevecht om stemrecht aangaat. Stokely Carmichael, voorzitter van het landelijke Student Nonviolent Coordination Committee (SNCC), komt in 1965 met een aantal leden naar Lowndes County om de activisten te ondersteunen en het tij te keren. De gedrevenheid van de SNCC leden om de lokale Afro-Amerikaanse bevolking te overtuigen zich tegen de blanke onderdrukker te keren en op te komen voor haar rechten werpt binnen mum van tijd vruchten af. Eindeloos geduld, het ontzien van geweld, moord en onrecht, en de ondertekening van de Civil Rights Act, maken het mogelijk dat er binnen een jaar meer dan 2500 Afro-Amerikanen geregistreerd zijn. Tegelijkertijd worden deze moedige kiezers opgeleid om actief deel te nemen aan de lokale politiek. In workshops en massa bijeenkomsten leren de bewoners van Lowndes County hoe zij vanuit hun gemeenschap aan de politiek kunnen bijdragen. Stokely Carmichael ziet in Lowndes County de mogelijkheid om een nieuwe politieke partij op te richten waarbij de bevolking, geletterd of ongeletterd, op alle niveaus deelneemt aan het democratisch proces. Deze vorm van politiek noemt hij freedom politics.

Stokely Carmichael

Met de volledige ondersteuning van de Afro-Amerikaanse bevolking wordt in 1966 de Lowndes County Freedom Organization (LCFO) opgericht. De zwarte panter wordt het perfecte logo. Dit van nature vredelievende dier verandert in een killer wanneer zij in een hoek wordt gedreven. Black Panthers wordt al snel de bijnaam van de LCFO. Het duurt niet lang voordat de ideeën, en met name het logo, door het hele land navolging krijgen. De Black Panther Party zoals opgezet in Oakland, California, is hiervan de bekendste vanwege haar militante karakter.

Zoals Mark Rutte naar Amerika lijkt te kijken voor zijn politieke inspiratie, zo zouden wij naar Amerika kunnen kijken voor onze activistische ambities. Het organiseren van een grote groep politiek bewuste en mondige stemgerechtigden heeft veel veranderd voor de Afro-Amerikanen in het zuiden van de VS. Tegelijkertijd moeten we waken voor de oogkleppen-blik waarmee Rutte naar de VS kijkt en moeten we ook lering trekken uit de verdere ontwikkeling van de Freedom Politics: de nieuwe Afro-Amerikaanse leiders bleken net zo corrupt als hun blanke voorgangers.

Geplaatst in een historisch perspectief is de keuze voor het logo van de zwarte panter en het uiteindelijke verdwijnen van de strijdvaardige burgers interessant; het dier kwam oorspronkelijk voor in de zuidelijke staten toen het nog een regenwoud was. Toen het gebied totaal omgeploegd werd om het geschikt te maken voor de landbouw is de zwarte panter volledig uit het gebied verdwenen.

Wij hoopten dat met de komst van Obama de strijdkracht in de burgers zou wederkeren, maar helaas lijkt op de meeste plekken de hoop op betere tijden vervlogen. Alabama is hét voorbeeld van hoe belangrijk het is om als burger actief deel te nemen aan de democratie, en wat er kan gebeuren zodra de overheid een té dikke vinger in de pap krijgt en de bevolking tevreden achterover leunt. Net als de re-enactors van de civil war vol nostalgie over het dappere zuiden spreken, kijken de zwarte burgers door een roze bril terug naar de jaren dat Martin Luther King Jr. en de groep om hem heen het revolutionaire vuur aanwakkerden. Misschien dat Hasan Kwame Jeffries, de schrijver van het boek Bloody Lowndes, over het ontstaan van de Black Panther Party, de burgers weer bewust kan maken van hun verantwoordelijkheden in het politieke spel. En is het niet in Alabama, dan zou het nu wel eens een uitgekiend moment kunnen zijn deze strategieën in Nederland te verspreiden.

Als achtergrond bij Bloody Lowndes is de 14 uur durende documentaire Eyes on the Prize een must. Hierin wordt het hele gevecht om gelijke rechten van het begin tot het einde beschreven door middel van nieuwsberichten en interviews met betrokkenen.

Southern Pith

Toen wij bijna een half jaar geleden in Athens, Georgia waren, nam kunstenaar Chris Cogan (oprichter van Melted Men en ook te zien in onze tentoonstelling) ons mee naar Paul Thomas. Na onze korte beschrijving van het project en de referenties aan Harry Crews’ boeken en de steeds terugkerende inspiratiebron ‘Searching for the wrong eyed Jesus’, werden we direct doorverwezen naar Paul Thomas. In de stromende regen waar onze zwarte Explorer niet tegen bestand bleek, kwamen we aan bij een typisch southern houten huis met veranda. Naast de altijd aanwezige bank, stonden er allerlei objecten die hij in zogenaamde thrift stores en bij garage sales heeft gevonden.

Paul, met halflang vlassig haar dat steeds voor zijn ogen valt, verwelkomt ons verlegen en we kunnen nog net op een klein hoekje zitten tussen alle dozen en spullen in het huis. Het is zeker de beste plek waar we tot nu toe zijn geweest. Het is een verzamelkoning pur sang. De ‘hoarding’ mania in South Park is er niets bij. Meest fascinerend waren de dozen vol met ‘mislukte’ foto’s, achtergelaten door klanten in een fotozaak. Paul Thomas gebruikt ze om series te maken die de groteske en nostalgische kanten van het zuiden laten zien.

Het zijn niet zozeer de kleinburgerlijke elementen die hem aantrekken in het zuiden, juist de exceptionele beelden versterkt hij of probeert hij in collages te vangen. De serie ‘Presidents’ is een reeks collages waarop bijvoorbeeld Lyndon B. Johnson en James Monroe een grote kuif krijgen en Stalin onherkenbaar is geworden door de vrouwelijke krullen op zijn gezicht. Maar deze collages zijn braaf en esthetisch in vergelijking met de collage die Paul zelf de beste visualisatie van Southern Gothic vindt. De ‘amber waves of grain’ verwijzen naar America the Beautiful  en ‘sowing your wild oats’, duidend op de wilde jaren van een jonge man. Maar het beeld komt ook uit het onderbewuste, bevat bijbelverwijzingen en een schepje Dada.

Naast zijn werk als kunstenaar is hij jaren lang de motor geweest in de Athens kunst en muziek scene. Ook al woont de gitarist van R.E.M bij hem om de hoek, hij heeft jaren de underground muziek scene geleid en avonden georganiseerd waar mensen het nu nog over hebben. Chris Cogan met Melted Men zou er niet misstaan.

Paul Thomas woont niet alleen in een huis vol met zuidelijke rariteiten, hij kent ze ook en verwerkt ze in alle vormen van werk. Een heel klein stukje van zijn gigantische archief neemt hij mee naar 1646 om daar ter plaatste de beste Southern Gothic installatie te maken die Den Haag zich kan wensen.

Dragons and people getting along, having a good time

De ‘gek’ neemt in de Southern States een bijzondere positie in. Faulkner, O’Connor, Crews en ook McCarthy gebruiken in hun verhalen de verstandelijk uitgedaagde als de verschijning van ultieme onschuld (die in zijn/haar onschuld overigens wel tot gruwelijke daden kan komen). Anderen, zoals bijvoorbeeld in de verfilming van James Dickey’s Deliverance, wenden de door inteelt gedegenereerde mens aan om dierlijke barbaarsheid te verbeelden.

Zoals we al opperden in de post ‘Geef de gek de ruimte‘ zal de veelvuldige aanwezigheid van ‘de gek’ iets te maken hebben met een combinatie van te warm om binnen te houden en te arm om naar een gesticht te sturen. Ook de streng christelijke inborst zal er iets mee te maken hebben. Kinderen zijn een geschenk Gods, gek of niet.

Opmerkelijk is hoeveel van deze mensen zich tot de beeldende kunsten wenden, en hoeveel succes ze daar mee hebben. Zoveel succes zelfs dat ‘normale’ kunstenaars hun stijl overnemen en zichzelf ook ‘outsider artists’ noemen. Ook Hollywood merkte dit succes op, en maakte er een film over: Junebug.

Temple in the sky, 2008

Via outsider-kunst-kenner Tom Patterson (van het Nerve Museum) kwamen wij op het spoor van Ricky Needham, een echte outsider artist uit Winston-Salem, North Carolina. Needham maakt voornamelijk 2-dimensionaal werk waarin hij zijn passie voor auto’s en blote billen kwijt kan. Met name dat laatste is interessant, gezien Needham is grootgebracht in de pinkstergemeente. Deze vrome christenen is het uiteraard ten strengste verboden aan blote billen te denken, laat staan er naar te kijken. Needham is zich daar terdege van bewust, en geeft zijn schilderijen en tekeningen soms titels mee als ‘Good & Bad: what goes around comes around’ of ‘Satan in mom’s bedroom because I have been bad’.

Satan in mom's bedroom because I have been bad, 2009

Het felle kleurgebruik en de naïef-erotische en aan Afrofuturisme verwante voorstellingen vormen een sublieme combinatie met Needham’s pinkstergemeente-achtergrond. Zijn visie op het leven als Southerner is gespeend van hinderlijk politiek correct dogma. Alhoewel Needham in zijn titels blijk geeft van een besef van zijn ‘zonden’, zijn de beelden daar vrij van. De warme Southern States met hun prachtige landschappen, bewoont door elkaar liefhebbende naakte mensen van allerlei pluimage die samen op een vliegende John Deere naar een pretpark gaan. Zelfs de draken mogen mee!

Flying John Deere, 2008

Een selectie van Needham’s werk zal onderdeel uitmaken van de tentoonstelling That what the modern age has gained in civility it has lost in poetic inspiration welke zal openen op 3 september in 1646 in Den Haag.