Categorie archief: Civil Rights Movement

To Live in the South, One Has to Be a Scar Lover

Alhoewel wij altijd vanuit een beeldende kunst context naar het literaire fenomeen Southern Gothic hebben gekeken wilden we ook graag een podium bieden aan het geschreven woord, naast de tentoonstelling ‘What the modern age has gained in civility it has lost in poetic inspiration‘ die we over het onderwerp maakten. De publicatie ‘To Live in the South, One Has to Be a Scar Lover’ is het resultaat.

Vijf specialisten hebben een essay geschreven over onderwerpen die terugkomen in Southern Gothic literatuur:

Agnes Andeweg is professor aan de universiteit van Maastricht. Ze specialiseert zich in Nederlandse literatuur en gender studies. Haar proefschrift Griezelig Gewoon (Amsterdam University Press, 2011) verkent hedendaagse Gotieke manifestaties in Nederlandse literatuur. Voor onze publicatie schreef ze een essay over Gotiek als een culturele strategie.

Maarten Zwiers woont en werkt in Groningen. In 2005 studeerde hij Cum Laude af aan de Universiteit Groningen, met zowel een MA in History of Political Culture als een MA in American Studies. In zijn thesis onderzoekt hij het ontstaan van het nationalisme in de Confederate States en in het bijzonder de narratieve structuur in Jefferson Davis zijn speeches. In 2007 haalde hij een MA aan de universiteit van Mississippi, en op het moment voltooit hij een PhD rondom het politieke leven van senator James Oliver Eastland uit Mississippi. Voor ‘To Live in the South, One Has To Be a Scar Lover’ geeft Zwiers een introductie op de groteske politieke geschiedenis van de zuidelijke staten.

Tom Patterson is een freelance kunst criticus, auteur en curator, en schrijft al meer dan 30 jaar over outsider-, en hedendaagse kunst. Hij schreef voor Aperture, Artnews, Art papers, Bomb, Raw Vision, en andere internationale kunst magazines. Hij woont en werkt in Winston-Salem, North Carolina. Naar aanleiding van een gesprek dat wij met hem hadden in zijn Nerve Museum schreef hij een essay dat het idee van de ‘outsider artist’ aan Southern Gothic linkt.

Hal Crowther is schrijver en criticus en woont in Hillsborough, North Carolina en Castine, Maine. Tijdens zijn carriere als editor van Time en Newsweek, als scenarist en columnist won hij de H.L Mencken Award for Writing in 1993. Zijn goed ontvangen, gebundelde essays over Southern literatuur en gewoontes, ‘Cathedrals of Kudzu (2000) en ‘Gather at the River‘ (2006), verkennen de paradoxen van het ‘Nieuwe Zuiden’ met een ironisch twist. Hal Crowther gaf ons toestemming een essay uit ‘Cathedrals of Kudzu’ te herdrukken waarin Southern Gothic literatuur en de Kudzu plant worden gelinkt.

Maxime Lachaud woont en werkt in Toulouse, Frankrijk en is cultuurjournalist. Schrijver Harry Crews stond centraal in zowel zijn PhD als in zijn boek ‘Harry Crews, un maître du grotesque (2007)’ en het scenario ‘L’Etrange Petit Monde de Harry Crews (2004-2005’. Daarnaast publiceerde hij in verschillende tijdschriften over neo-Gothic in literatuur (The Remains of the Gothic, Carnets Noirs II, Obsküre Opus 1, Persistances gothiques). Op het moment werkt hij aan een onderzoek over Southern Gothic cinema. Hij heeft recentelijk een interview met Harry Crews afgenomen – de schrijver die een van de grootste inspiratiebronnen was voor ons project – waarvan een deel in de publicatie is opgenomen.

‘To Live in the South, One Has to Be a Scar Lover’ is vormgegeven door Erik Kiesewetter, een grafisch ontwerper en kunstenaar uit New Orleans, Louisiana. Hij is verslaafd aan ijskoffie, soul food, cocktails, kunst & design publicaties, filosofische katten en blinkende diamanten. Hij is eigenaar van de ontwerpstudio EBSL en initiator van Constance, een platform met vele functies binnen de kunstwereld van New Orleans.

De publicatie is gedrukt in een oplage van 500, en uitgegeven door 1646. Het is per email voor 5 euro (ex. verzendkosten) te bestellen: info@1646.nl.

Advertenties

What the modern era has gained in civility it has lost in poetic inspiration

In het kielzog van de op 1 september 2011 startende verkiezingscampagnes in de U.S.A. en in het licht van de manier waarop Nederland nog steeds naar Amerika kijkt als moderne, liberale heilstaat, opent op 3 september de tentoonstelling What the modern era has gained in civility it has lost in poetic inspiration in 1646. Kunstenaar Joris Lindhout en curator Maaike Gouwenberg deconstrueren het romantische en mythische beeld dat Hollywood nog steeds van Dixie produceert. Deze zuidelijke staten zijn door het neo-liberalisme als ‘gefaald’ bestempeld.

Met het fenomeen Southern Gothic als leidraad maakten zij een roadtrip door de zonnige duisternis van de net over de bible-belt heen stulpende vadsige onderbuik van Amerika. In hun gitzwarte Ford Explorer verkenden zij het terrein dat door schrijvers als William Faulkner, Flannery O’Connor, James Dickey, Cormac McCarthy en Harry Crews werd omschreven met terugkerende thema’s als discriminatie, fundamentalistisch christendom, xenofobische bergbewoners, culturele woestenij en armoede.

Met de ramen dicht en de airco op maximaal voerde de tocht door een derde wereld landschap waarin de feitelijke financiële armoede wordt verhuld met geveinsde nostalgische culturele rijkdom zoals de civil war re-enactments. Waarin de werkelijke culturele rijkdom, de verhalen en muziek, de huiskamer niet kan verlaten vanwege de financiële armoe. Een landschap waarin de overheid het Spanish Moss van Faulkners verhalen heeft vervangen door de alles verslindende Kudzu, een snel groeiende bonenstaak uit Japan. Een landschap vol ruïnes van verlaten mobile homes en kerken groter en moderner dan de Essalaam moskee in Rotterdam. Maar in de Southern States vonden Lindhout en Gouwenberg ook een landschap dat in elke achtertuin een museum of een installatie herbergt, waar je bij een bbq-joint lekkerder kan eten dan bij de Librije en waar ze de muziek maken die aan de basis ligt van de hedendaagse popmuziek.

What the modern era has gained in civility it has lost in poetic inspiration laat de Zuidelijke Staten zien door de ogen van kunstenaars, muzikanten en documentaire makers die er zijn opgegroeid alsmede door kunstenaars met een jarenlange fascinatie voor het gebied. Hoe ziet het leven eruit aan de andere kant van de mythe?

Ondersteunende events:
8 September, 20.00 hrs
“Stranger with a Camera”
Documentaires uit de zuidelijke Appalachen in samenwerking met Appalshop uit Whitesburg Kentucky

22 September, 20.00 hrs
“A piece of the body torn out by the roots might be more to the point”
– James Agee, Let Us Now Praise Famous Men
Talk and discussion with Jeremiah Day on the difficulty and stakes of the representation of political struggle in the US South.
Lezing over de invasieve plant Kudzu door Reinout Havinga, van de Hortus Botanicus in Amsterdam.

Booklaunch
“To live in the South one has to be a scar lover”
Publicatie met teksten van: Agnes Andeweg, Harry Crews, Hal Crowther, Maaike Gouwenberg & Joris Lindhout, Maxime Lachaud Tom Patterson en Maarten Zwiers.

24 September, 20.00 hrs
onderdeel van TodaysArt
“The Root of Bluegrass”
Ondersteund door live muziek en een verzameling platen schetsen Theo Marks en Han Orsel een beeld van een gebied dat prachtige en invloedrijke muziek voortbracht tijdens een van de meest vreselijke periodes van de Westerse moderne tijd.

What the modern era has gained in civility it has lost in poetic inspiration

Deelnemende kunstenaars: Brad Benischek & Case Miller, Chris Cogan, Jeremiah Day, Howard Finster, Joris Lindhout, Greely Myatt, Ricky Needham, Sanne Peper, Paul Thomas en Michel Varisco.
Curatoren: Maaike Gouwenberg en Joris Lindhout.

Met dank aan: Hortus Botanicus Amsterdam, USDA, ARS, Plant Genetic Resources Conservation Unit, Georgia, Pierre Tol, Victor Faccinto, en Laura Lashley.

Ondersteund door: Gemeente Den Haag, Stroom, Prins Bernhard Cultuurfonds Zuid-Holland, Fonds BKVB, en het Materiaalfonds.

Een monument voor het monument

Jeremiah Den Helder

'A film about a politician', performance, 2011 Den Helder

Over het algemeen komt de roep om een monument voor een bepaald persoon of bepaalde gebeurtenis vanuit het volk. Via de lokale politiek wordt er geld vrijgemaakt, een commissie uitgeschreven, en een plek geregeld. De groep mensen die emotioneel belang hebben bij het monument mogen hun zegje doen als jurylid, samen met de politiek verantwoordelijken. Dit gaat bijna altijd goed. Als een van de partijen een steekje laat vallen kan het echter uitdraaien op een langdurige rel, zoals bij het Anton de Kom monument in de Bijlmer. Terwijl de nazaten van Anton de Kom achter de uiteindelijke keuze van het kunstwerk stonden, waren diegenen die om het monument hadden gevraagd zelf niet gecharmeerd en zelfs zeer gekwetst en boos. Een jaren lange strijd was het gevolg. Geschiedenis bewijst zich op zo’n moment als een zeer gevoelig instrument dat alleen zuiver klinkt als alle snaren op de juiste manier worden aangeslagen.

Jeremiah Day krakersmonument

Krakersmonument, 2009

Van kunstenaar Jeremiah Day zou je kunnen zeggen dat hij dit instrument gebruikt om Jazz te spelen. In zijn pogingen om zich te verhouden tot historische, soms vergeten locaties, bewegingen of personen stelt hij zichzelf buitengewone opdrachten (zoals het realiseren van een monument voor de kraakbeweging) die bijzondere vragen oproepen en onderzoeken. Want wie mag er eigenlijk om een monument vragen en wie bepaalt of die persoon of gebeurtenis een monument waard is? En moet een monument eigenlijk wel tijdloos en ruimtelijk zijn? Wie is dan het publiek van zo’n monument? Hoe representeer je de zaken waar het echt om gaat zoals bijvoorbeeld het activeren van burgers door de kraakbeweging?

No Words For You, Springfield, 2008 (detail van installatie)

Alhoewel Day de term ‘monument’ niet altijd gebruikt in directe relatie tot al zijn werken, spelen bovenstaande zaken zeker een rol in al die werken. Zoals in zijn vorig jaar bij Ellen de Bruijne Projects vertoonde werk LA Homicide. Day maakte foto’s van crime scenes waarvan hij beschrijvingen vond op een weblog van de Los Angeles Times. De blogs tonen een kaartje met de exacte locatie van het misdrijf en een korte tekst die het misdrijf omschrijft. Day’s foto’s laten iets zien wat de blog niet toont, maar verhullen eigenlijk alles wat de blog wel toont. Grimmige stadsgezichten van een L.A zonder mensen. De foto’s geven de vermoorden een stem die groter is dan een blogpost van 6 regels en die romantischer is dan een kaartje met een pijl. De gruwelijkheden zijn niet in een abstracte vorm gegoten maar de plek is zwanger van het verhaal, gevangen in de foto. Day maakte een monument voor de vermoorden.

Bij zijn foto’s hoort altijd een verhaal. Deze worden vaak op de foto’s zelf geschreven maar komen het beste tot hun recht in de performances waarin Day, net als in de Jazz, improviseert op een thema. Beeld, muziek en beweging komen samen in een moment waarin zowel de beelden als de beweging en de zang het onderwerp aftasten; er is geen definitieve foto van de plek, er is geen vaste choreografie in de beweging, en er is geen van te voren geoefende melodie. Deze bijna ongrijpbare monumenten lijken fragiel maar zijn door de open opzet sterk en laten een blijvende indruk achter in het hoofd van de toeschouwer.

Jeremiah Day

The Lowndes County Idea - above: marker for the murder of Elmore Bollings and surrounding property

Jeremiah

The Lowndes County Idea - site proposed by a local businessman for my future memorial to the Lowndes County Freedom Organisation.

Voor de tentoonstelling What the modern age has gained in civility it has lost in poetic inspiration toont Day een ‘work in progress’ van het monument wat hij wil oprichten voor de Lowdnes County Freedom Organization (LCFO). In 2007 is Day door het van Abbemuseum in Eindhoven uitgenodigd voor een residency in Alabama in het licht van hun Heartland tentoonstelling. Day deed er onderzoek naar de LCFO en de Black Panthers, woonde een aantal maanden bij Joanne Bland, die als 8-jarig meisje meeliep in de Selma to Montgomery march, en kreeg het idee een monument op te richten voor de LCFO. De gevoeligheid van het onderwerp en maakt het bedenken en oprichten van dit monument tot een lastige taak. Day zegt er zelf over:

In the Lowndes County: Scenario video, Gwen Patton, one of the original activists of the LCFO, comments that she opposed the “sensationalism” of the famous Panthers and their armed marches and staged photographs. The Alabama group wanted to stay out of the newspapers, and work towards winning the political offices that were “closest to the people. ” What form would a non-sensationalistic, close-to-the-people commemoration take? There is an echo here of the American Revolutionary leader (and eventual President) John Adams’ remark: “Democracy has no monuments. It strikes no medallions. It does not bear the head of a man on its coins. Its true essence is iconoclasm.”

Deze laatste opmerking is een controversiële: toen Máxima in 2007 min of meer stelde dat de Nederlandse cultuur niet bestond kreeg ze de wind van voren. Day gaat juist uit van de beweeglijkheid van een samenleving bij het opzetten van zijn monumenten. Het iconoclasme als een bevestiging van het belang van een monument: zijn werk is een monument voor het monument.

Rutte was nooit in Alabama

Nu de sociale verworvenheden van welvaartsstaat Nederland met exponentieel toenemende snelheid worden weggehakt door politici wiens visie door hun kruideniersmentaliteit slechts uitgedrukt kan worden in een kasboekje, komt de bevolking in opstand. Het wordt langzaamaan duidelijk dat het niet slechts gaat om onze pensioenen, ons zorgstelsel of onze tentoonstellings- en theaterruimtes, maar dat het hier gaat om onze cultuur in de breedste zin van het woord.

Toen wij door de Black Belt in Alabama van Selma naar Montgomery reden, de route die Martin Luther King Jr. in 1965 liep met de duizenden aanhangers van de Civil Rights Movement om te strijden voor het stemrecht van de Afro-Amerikaanse bevolking, hebben wij met eigen ogen kunnen zien wat een overheid die zich niet meer bekommert om haar burgers voor schade kan aanrichten door haar afwezigheid. In de heftige geschiedenis van Alabama was er 1 moment waarop er hoop aan de horizon gloorde. Het is dit moment waar wij als politiek bewuste Nederlanders van kunnen leren.

Het is 1965, Lowndes County, Alabama bestaat voor 80% uit Afro-Amerikanen waarvan er niet één geregistreerd staat om te stemmen. Niet dat ze geen interesse hebben in politiek; het is te gevaarlijk om je te registreren. Bloody Lowndes is de toepasselijke bijnaam van deze gemeente waar de blanke bevolking niet schroomt bloedig geweld en intimidatie te gebruiken om haar macht te behouden. Vanuit een opstandige voedingsbodem, onder leiding van John Hulett, staat een kleine groep Afro-Amerikaanse activisten op die het gevecht om stemrecht aangaat. Stokely Carmichael, voorzitter van het landelijke Student Nonviolent Coordination Committee (SNCC), komt in 1965 met een aantal leden naar Lowndes County om de activisten te ondersteunen en het tij te keren. De gedrevenheid van de SNCC leden om de lokale Afro-Amerikaanse bevolking te overtuigen zich tegen de blanke onderdrukker te keren en op te komen voor haar rechten werpt binnen mum van tijd vruchten af. Eindeloos geduld, het ontzien van geweld, moord en onrecht, en de ondertekening van de Civil Rights Act, maken het mogelijk dat er binnen een jaar meer dan 2500 Afro-Amerikanen geregistreerd zijn. Tegelijkertijd worden deze moedige kiezers opgeleid om actief deel te nemen aan de lokale politiek. In workshops en massa bijeenkomsten leren de bewoners van Lowndes County hoe zij vanuit hun gemeenschap aan de politiek kunnen bijdragen. Stokely Carmichael ziet in Lowndes County de mogelijkheid om een nieuwe politieke partij op te richten waarbij de bevolking, geletterd of ongeletterd, op alle niveaus deelneemt aan het democratisch proces. Deze vorm van politiek noemt hij freedom politics.

Stokely Carmichael

Met de volledige ondersteuning van de Afro-Amerikaanse bevolking wordt in 1966 de Lowndes County Freedom Organization (LCFO) opgericht. De zwarte panter wordt het perfecte logo. Dit van nature vredelievende dier verandert in een killer wanneer zij in een hoek wordt gedreven. Black Panthers wordt al snel de bijnaam van de LCFO. Het duurt niet lang voordat de ideeën, en met name het logo, door het hele land navolging krijgen. De Black Panther Party zoals opgezet in Oakland, California, is hiervan de bekendste vanwege haar militante karakter.

Zoals Mark Rutte naar Amerika lijkt te kijken voor zijn politieke inspiratie, zo zouden wij naar Amerika kunnen kijken voor onze activistische ambities. Het organiseren van een grote groep politiek bewuste en mondige stemgerechtigden heeft veel veranderd voor de Afro-Amerikanen in het zuiden van de VS. Tegelijkertijd moeten we waken voor de oogkleppen-blik waarmee Rutte naar de VS kijkt en moeten we ook lering trekken uit de verdere ontwikkeling van de Freedom Politics: de nieuwe Afro-Amerikaanse leiders bleken net zo corrupt als hun blanke voorgangers.

Geplaatst in een historisch perspectief is de keuze voor het logo van de zwarte panter en het uiteindelijke verdwijnen van de strijdvaardige burgers interessant; het dier kwam oorspronkelijk voor in de zuidelijke staten toen het nog een regenwoud was. Toen het gebied totaal omgeploegd werd om het geschikt te maken voor de landbouw is de zwarte panter volledig uit het gebied verdwenen.

Wij hoopten dat met de komst van Obama de strijdkracht in de burgers zou wederkeren, maar helaas lijkt op de meeste plekken de hoop op betere tijden vervlogen. Alabama is hét voorbeeld van hoe belangrijk het is om als burger actief deel te nemen aan de democratie, en wat er kan gebeuren zodra de overheid een té dikke vinger in de pap krijgt en de bevolking tevreden achterover leunt. Net als de re-enactors van de civil war vol nostalgie over het dappere zuiden spreken, kijken de zwarte burgers door een roze bril terug naar de jaren dat Martin Luther King Jr. en de groep om hem heen het revolutionaire vuur aanwakkerden. Misschien dat Hasan Kwame Jeffries, de schrijver van het boek Bloody Lowndes, over het ontstaan van de Black Panther Party, de burgers weer bewust kan maken van hun verantwoordelijkheden in het politieke spel. En is het niet in Alabama, dan zou het nu wel eens een uitgekiend moment kunnen zijn deze strategieën in Nederland te verspreiden.

Als achtergrond bij Bloody Lowndes is de 14 uur durende documentaire Eyes on the Prize een must. Hierin wordt het hele gevecht om gelijke rechten van het begin tot het einde beschreven door middel van nieuwsberichten en interviews met betrokkenen.