Categorie archief: Comics

De mythe in het post-* tijdperk

Toen orkaan Katrina in 2005 over New Orleans raasde konden Brad Benischek en zijn familie net op tijd de stad verlaten. Een dikke maand later keerde hij terug naar zijn half ondergelopen huis in de wijk Bywater, als een van de eersten in heel New Orleans. Te midden van de ravage legt hij de terugkomst van zijn stadsgenoten vast in tekeningen, welke zijn gebundeld in de publicatie ‘Revacuation’. De personages in het boek zijn dier-mensen; zo zijn de gevluchtte inwoners van New Orleans vogels, de mensen in de andere steden die hen helpen konijnen en katten, en de officieren en tijdelijke machthebbers worden afgebeeld als wolven, honden en vogelverschrikkers. In een vlotte stijl, aangevuld met losse zinnen, tekent Benischek de chaotische wereld die New Orleans een aantal jaar zou blijven in de vorm van een dierdicht. De moraal van de fabel is dit keer alleen aan de machthebbers gericht in plaats van aan het volk.

Met een scherp oog voor kleine veranderingen in de urbane omgeving en een kritische blik op politieke verschuivingen, goede oren voor bizarre waargebeurde of fictieve verhalen en een flinke dosis (zwarte) humor, maakt Benischek muur vullende tekeninstallaties, kleine bijdragen aan publicaties en ingrepen in de openbare ruimte. Hij creëert mythes in de openbare ruimte, verandert het straatbeeld door kleine visuele ingrepen en maakt scherpe opmerkingen over de hedendaagse ontwikkelingen in de wereld. Benischek gebruikt elementen uit klassieke mythes om bewindslieden en andere machthebbers een lesje in de zedenleer te geven.

Benischek is ook een van de oprichters van Press Street, een kunstenaars- en schrijvers initiatief in New Orleans. Hier startte hij het 24-uur durend event genaamd ‘Drawathon’, waarbij niet alleen bekende kunstenaars worden uitgenodigd maar iedereen die dat wil mee kan doen. Press Street maakt tentoonstellingen in Antenna Gallery en publiceert boeken van kunstenaars en schrijvers uit New Orleans.

Geobsedeerd door de rauwe en over de top groteske karakters in Harry Crew’s boek A Feast of Snakes, zal Benischek in 1646 een site-specific installatie maken met een bijbehorende soundtrack en een felle en reflectieve zine.

Advertenties

Southern Pith

Toen wij bijna een half jaar geleden in Athens, Georgia waren, nam kunstenaar Chris Cogan (oprichter van Melted Men en ook te zien in onze tentoonstelling) ons mee naar Paul Thomas. Na onze korte beschrijving van het project en de referenties aan Harry Crews’ boeken en de steeds terugkerende inspiratiebron ‘Searching for the wrong eyed Jesus’, werden we direct doorverwezen naar Paul Thomas. In de stromende regen waar onze zwarte Explorer niet tegen bestand bleek, kwamen we aan bij een typisch southern houten huis met veranda. Naast de altijd aanwezige bank, stonden er allerlei objecten die hij in zogenaamde thrift stores en bij garage sales heeft gevonden.

Paul, met halflang vlassig haar dat steeds voor zijn ogen valt, verwelkomt ons verlegen en we kunnen nog net op een klein hoekje zitten tussen alle dozen en spullen in het huis. Het is zeker de beste plek waar we tot nu toe zijn geweest. Het is een verzamelkoning pur sang. De ‘hoarding’ mania in South Park is er niets bij. Meest fascinerend waren de dozen vol met ‘mislukte’ foto’s, achtergelaten door klanten in een fotozaak. Paul Thomas gebruikt ze om series te maken die de groteske en nostalgische kanten van het zuiden laten zien.

Het zijn niet zozeer de kleinburgerlijke elementen die hem aantrekken in het zuiden, juist de exceptionele beelden versterkt hij of probeert hij in collages te vangen. De serie ‘Presidents’ is een reeks collages waarop bijvoorbeeld Lyndon B. Johnson en James Monroe een grote kuif krijgen en Stalin onherkenbaar is geworden door de vrouwelijke krullen op zijn gezicht. Maar deze collages zijn braaf en esthetisch in vergelijking met de collage die Paul zelf de beste visualisatie van Southern Gothic vindt. De ‘amber waves of grain’ verwijzen naar America the Beautiful  en ‘sowing your wild oats’, duidend op de wilde jaren van een jonge man. Maar het beeld komt ook uit het onderbewuste, bevat bijbelverwijzingen en een schepje Dada.

Naast zijn werk als kunstenaar is hij jaren lang de motor geweest in de Athens kunst en muziek scene. Ook al woont de gitarist van R.E.M bij hem om de hoek, hij heeft jaren de underground muziek scene geleid en avonden georganiseerd waar mensen het nu nog over hebben. Chris Cogan met Melted Men zou er niet misstaan.

Paul Thomas woont niet alleen in een huis vol met zuidelijke rariteiten, hij kent ze ook en verwerkt ze in alle vormen van werk. Een heel klein stukje van zijn gigantische archief neemt hij mee naar 1646 om daar ter plaatste de beste Southern Gothic installatie te maken die Den Haag zich kan wensen.

Gourds en Quilts

De tien kunstenaars die mee zullen doen met de tentoonstelling in 1646 hebben allemaal een bijzondere band met de zuidelijke staten. Een deel van hen is er geboren en getogen, anderen hebben een specifiek project of bijzondere interesse die hen naar deze staten leidde. Wij zullen in de volgende weken vertellen over deze kunstenaars in relatie tot de zuidelijke staten en de tentoonstelling.

Greely Myatt

greely myatt

Greely Myatt komt uit Mississippi, woont in Memphis, Tennessee en richt zich als kunstenaar al jaren op het vastleggen en begrijpen van specifieke aspecten die ‘southernness’ bepalen. Memphis is gelegen aan de mighty Mississippi, stad van Elvis’ Graceland en The Lorraine Motel waar Martin Luther King Jr werd doodgeschoten, maar is ook bekend om haar authentieke barbeque stijl en bijbehorende wedstrijd op een eilandje in de Mississippi. Greely geeft sinds jaar en dag les op de kunstacademie en weet als geen ander wat er in de stad speelt en wie er toe doet in het (hedendaagse) kunstenveld aldaar.

greely myatt

De plaats waar Greely Myatt woont en werkt vormen de inspiratie en het referentiekader voor strakke tweedimensionale en ruimtelijke werken die veelal zijn gemaakt met gevonden materialen. Zo heeft hij een serie quilts gemaakt van stukjes hout, plastic en aluminium en maakte hij een serie sculpturen van ‘gourds’ (een dunne kromme pompoen), gecombineerd met gebruiksvoorwerpen zoals een bezemsteel, spade of biljartkeu. Geïnspireerd door strips, populaire cultuur en (southern) verhalen, maakt hij bijvoorbeeld humorvolle series lege tekstballonnen en tekst-werken die zowel verwijzen naar de sterke verteltraditie als naar de hedendaagse slogan-cultuur.

greely myatt

De quilts van Myatt zijn interessant omdat zij niet alleen refereren aan abstracte kunst en vormonderzoek, maar ook verwijzen naar de geschiedenis van het gebruik en het maken van quilts. De quilt, van origine een dubbele deken gemaakt van diverse stukjes (overgebleven) stof, werd bijvoorbeeld gebruikt tijdens de Civil War om het zuiden te ontvluchten. De ‘Underground Railway Quilt Codes’ waren specifieke patronen die in de quilts werden verwerkt om de route naar vrijheid door te geven. Deze codes stammen al uit de tijd dat de slaven vanuit hun thuisland naar Noord-Amerika verscheept werden. De verteltraditie die aan de codes gekoppeld is diende als een vorm om de eigen geschiedenis te bewaren.

greely myatt

De relatie tussen de formele aspecten en een verhalend element is ook terug te vinden in de gourd sculpturen. In eerste instantie werd Greely aangetrokken door de gebogen vormen van de nek van de pompoen, die hij vervolgens versterkte of veranderde door er een man-made rechte vorm aan te koppelen. Ook gebruikt hij bepaalde kleuren verf om accenten aan te geven die de toeschouwer (mis)leiden. Door de combinaties en het individueel of in groepen tonen van de gourd-sculpturen, ontstaan er verschillende verhalen en wordt de sfeer van de zuidelijke staten op subtiele wijze overgedragen. Soms lijken het slangen, dan weer een rommelige verlaten tuin; iedereen die ze ziet herkent bepaalde elementen uit zijn eigen leven en kan op die manier een eigen verhaal creëren.

greely myatt

Toen wij Greely ontmoetten in Memphis nam hij ons mee door de stad die deels voor de toeristen is en waarvan het andere deel aan armoede ten onder gaat. Hij vertelde over zijn passie voor ‘southernness’ en het conserveren van traditionele gebruiken, en zijn liefde voor schrijvers en filmmakers zoals Harry Crews en Harmony Korine, die de rauwe kanten van het zuiden naar voren weten te brengen zonder het af te keuren.

Tijdens de tentoonstelling in 1646 zal Greely een installatie maken met de gourds en zal hij in Den Haag een nieuw werk maken waarin hij zijn geliefde ‘southernness’ probeert te vangen met in Nederland gevonden materialen.

De Hillbilly

Mythisch Dixie (Dixie zoals voorgesteld in de media) bestaat uit twee gebieden: De moerassen en de bergen. De bergen bestaan in feite uit de Appalachen en de Ozarken, gebergten in werkelijkheid enkele honderden mijlen van elkaar gescheiden door vlak boeren land. In Mythisch Dixie echter vormen deze twee het gebergte ‘The Southern Mountains’.

Vaak wordt de Redneck gezien als het stereotype blanke Dixie-bewoner. Alhoewel de origines van het begrip zeer waarschijnlijk wel in Dixie liggen, is Redneck toch veel meer een synoniem geworden voor ‘poor white trash’. Met andere woorden: Een Redneck kan net zo goed uit upstate New York of Alaska komen. De Hillbilly daarentegen komt onmiskenbaar uit de Southern Mountains.

Voor onze generatie (opgegroeid met films als The Texas Chainsaw Massacre, Wrong Turn en Deliverance) staat ‘Hillbilly’ vooral voor inteelt families bestaande uit moordlustige, perverse, ongewassen imbecielen woonachtig in de middle of nowhere. De generatie van onze ouders denkt waarschijnlijk eerder aan gezellige mensen die ouderwetse normen en waarden hoog in het vaandel hebben (opgegroeid zijnde met The Beverly Hillbillies). Mochten onze grootouders in de VS hebben gewoond dan hadden die waarschijnlijk gedacht aan dommige mensen met het hart op de juiste plek (deze generatie groeide op met de comic Li’l Abner in de kranten). En als onze overgrootouders ook al in de VS woonden dachten zij – net als wij – aan gevaarlijke en gewelddadige criminelen (mits ze het geld hadden gehad om de eerste ‘Mountaineer’ films in de bioscoop te gaan zien).

Een kort historisch overzicht:
De Southern Mountains waren vooral in trek bij immigranten uit Schotland en Ierland, en het meest populair bij het onafhankelijke en vrijgevochten type. Deze trotste Mountaineers lieten niet met zich spotten, en zo kwam het dat families vaak in een onderlinge strijd belandden. De bekendste strijd is de Hatfield – McCoy strijd van rond 1880. Een strijd waarschijnlijk ontstaan vanuit een economisch geschil, maar in de populaire pers min of meer afgeschilderd als een uiting van irrationeel geweld. Een portret van een van de mannen van de Hatfield familie (William Anderson Hatfield, ook wel ‘Devil Anse’) vormde een belangrijke basis voor de toekomstige weergaven van de bergbewoners. Een chagrijnige man met een lange baard, pijp, zachte vilten hoed en een geweer. Niet veel later kwamen daar de tuinbroek en fles Moonshine bij, en verdwenen de schoenen.

De eerste films over Mountaineers (zo werd er voor de uitvinding van de Hillbilly naar de bergbewoners verwezen) gebruikte dit stereotype, en gebruikte de onderlinge strijd tussen families als basis voor het script, vaak in combinatie met een aan Moonshine gerelateerde sub-plot. Een van de belangrijkste regisseurs van de vroege Mountaineer-film is D.W Griffith (bekend van Birth of a Nation). Zoals bekend nam Griffith het niet zo nauw met dingen als politieke correctheid, en de Mountaineer film was voor hem een antwoord op een aantal problemen die hij tegenkwam bij zijn andere films. De Mountaineer kon hij net zo achterlijk en/of gevaarlijk wegzetten als de Afro-Amerikaan, maar gezien de Mountaineer een blank stereotype is kon hij met blanke hoofdrol spelers werken. Een van de belangrijkste voordelen was dat deze hoofdpersoon een romance aan kon gaan met een vrouwelijke tegenspeler.

In 1900 schreef politiek correspondent Julian Hawthorne een artikel voor New York Journal waarin hij het woord Hillbilly gebruikt. Alhoewel in het artikel duidelijk wordt dat het woord door mensen uit de Appalachen al gebruikt werd (wat ook ondersteund wordt door andere bronnen), is het woord ‘Hillbilly’ in zijn artikel de eerste verschijning in print. ‘Hillbilly’ is niet direct een populaire term: alvorens het ‘Mountaineer’ kan vervangen moet het begrip een handje worden geholpen door de muziek industrie.

Ralph Sylvester Peer maakte veld-opnames van Afro-Amerikaanse Blues zangers in Dixie. Op een dag kwam een van zijn afspraken niet opdagen, en gebruikte hij de vrijgekomen tijd om een fiddler uit de Southern Mountains op te nemen. Tot zijn verbazing verkocht deze opname zeer goed, en dus begon hij meerderde muzikanten uit de bergen op te nemen. Bij gebrek aan een naam voor deze nieuw ontdekte muziek doopte hij het Hillbilly, een term die alle grote studio’s rond 1936 hadden overgenomen. Het was nog wat vroeg voor Punk, en gewelddadige, moonshine zuipende muzikanten verkochten daardoor niet zo goed in 1936. Onder invloed van onder andere Peer veranderde de Hillbilly in een simpele, pretentieloze, grappige outsider – ongevaarlijk voor kinderen, en dus zeer goed verkoopbaar.

Toen de Hillbilly niet meer genoeg platen verkocht werd hij verruild voor de Cowboy. Hillbilly muziek heette voortaan Country. Maar de Hillbilly-light werd in leven gehouden door verschillende strips in kranten. Paul Webb’s strip The Mountain Boys teerde nog het meest op het oude beeld van de Hillbilly. Zijn drie karakters zijn een stel Moonshine-drinkende luilakken zonder schoenen.

Geweldadig zijn ze echter niet, en dus vormde ze een geschikte basis voor de eerste Mountain Dew advertenties (Mountain Dew is slang voor Moonshine, het Pepsi drankje zoals wij dat nu nog kennen werd gelanceerd in een tijd dat de Hillbilly in zwang was), maar ook voor een stukje uit de Disney film Make Mine Music.

Dit blikje vonden we later nog bij een benzinepomp

Deze twee afbeeldingen zien er op het eerste gezicht toch vrij geweldadig uit – het gaat echter vooral om de komische ondertoon die het geweld neutraliseert (iets wat in de eerste Mountaineer films totaal afwezig was).

Naast The Mountain Boys is ook Al Capp’s Li’l Abner belangrijk voor de evolutie van de Hillbilly. De strip is al eerder ingeleid op deze blog. Wat belangrijk is om daar aan toe te voegen is dat Li’l Abner als inspiratie diende voor de wereldberoemde tv serie The Beverly Hillbillies. De serie gaat over een familie Hillbillies die naar Beverly Hills verhuizen. Er is olie gevonden op hun land in de Southern Mountains, en dus hebben ze het voor veel geld kunnen verkopen. Bedenker Paul Henning gebruikte de Hillbillies dit keer niet om de outsiders belachelijk te maken, maar om de upperclass van Beverly Hills zelf op de hak te nemen. Net als in het in Nederland beter bekende Flodder.

De serie was populair in dezelfde tijd dat Amerika de ‘War on Poverty‘ voerde. De armoede in de Southern Mountains was groot, en velen zochten hun heil in industriële steden als Detroit en Chicago. De stadsbewoners waren als de dood voor de invoer van ‘achterlijk bergvolk’. Televisie series als The Beverly Hillbillies vertaalde deze spanningen in een sitcom, de documentaire Stranger With a Camera geeft een nauwkeuriger beeld van de spanningen aan beide kanten van het mes.

Toen de politiek haar interesse in de armoede van de Southern Mountains verloor leek het even of de Hillbilly zijn beste tijd had gehad. Door de inmiddels weide verspreiding van bergbewoners over de gehele VS begon het stereotype meer en meer politiek incorrect te worden. Totdat John Boorman besloot het boek Deliverance van James Dickey te verfilmen. Alhoewel het boek subtieler omgaat met het stereotype, en meer het verlies van contact met de natuur van stadsbewoners als uitgangspunt neemt, werd Deliverance bekend door de ethiekloze, anaal verkrachtende, varkens liefhebbende imbecielen uit de bergen. En daarmee zijn de bergbewoners van Dixie weer terug bij af.

Een goede plek om lijken te verbergen

In 1876 brachten de Japanners voor de Centennial Exhibition in Philadelphia de KUDZU plant naar de Verenigde Staten. Gefascineerd door dit familielid van de groene boon met zijn snelle groei en de gave om op allerlei dorre gronden te overleven, bedachten de Amerikanen in de jaren ’30 een slim plan. Om de uitgeputte katoen- en tabaksgrond in de zuidelijke staten tegen erosie te beschermen kregen de boeren tot 8 dollar per halve hectare waarop ze de kudzu plantten. Ook werd de wonderplant uitgezet in slechte bermen langs wegen en werd het gebruikt als groenvoer voor geiten en schapen. Iedereen was gelukkig tot het moment dat bleek dat kudzu in moordend tempo dixie overnam. In het perfecte kudzu klimaat, warm en vochtig, stopt kudzu niet met groeien aan het einde van het veld of bij het begin van de weg, het groeit razendsnel door tot het moment dat iemand het een halt toeroept. Het ontziet niets. Huizen, auto’s, elektriciteitspalen, wegen, akkers en bomen zijn onveilig wanneer kudzu in de buurt is. Wetenschappers hebben gemeten dat een rank tot 40 cm per dag kan groeien. De groene deken ziet er zeer aantrekkelijk uit maar onder dit frisse bladerdak zitten wortels die net zo hard naar beneden groeien als de takken opzij. Tot een halve meter boren de wortels zich een baan de grond in en de wortels zelf kunnen meer dan 10 centimeter dik worden. Kudzu groeit in het zuidoosten van de VS en verspreidt zich jaarlijks met 60.000 hectare.

kudzu kathedraal

kudzu overgroeid huis

Tot op de dag van vandaag zijn er mensen die proberen kudzu op een goede en definitieve manier te bestrijden. Het lijkt een onmogelijke opgave. Er zijn wetenschappers die een schimmel hebben ontwikkeld die de kudzu rank aantast, er zijn gifstoffen die de bladeren laten sterven, er is een mogelijkheid om mensen in te zetten om de nieuwe takken iedere dag af te knippen, maar er is nog nooit een echt effectieve manier gevonden om kudzu te bestrijden. Deze power plant groeit te snel en lijkt te slim.

Gelukkig zijn er mensen die kudzu vanuit een positieve hoek bekijken en groot fan zijn van deze wonderlijke plant. Er zijn talloze kookboeken met kudzurecepten. De jonge bladeren zijn heerlijk door salade maar kunnen ook prima door een omelet of net als spinazie kort gekookt en dan verwerkt. Ook is het mogelijk om wanneer de bladeren iets ouder zijn en al meer verhard, ze te gebruiken voor het maken van papier. Wanneer de bladeren in de winter afsterven is het mogelijk om de wortels uit te graven en daar een wit poeder uit te halen wat gebruikt kan worden als een vervanger van maïzena. De wortels kunnen ook gebruikt worden om manden en stoelen van te maken. De heerlijk zoete bloemen kunnen worden verwerkt in gelei en jam en ook is er kudzu honing verkrijgbaar op verschillende plekken.

kudzu

In het zuiden – wij zagen het tot nu toe in Virginia, North Carolina, Kentucky, Tennessee en Mississippi – zie je kathedralen en allerlei landschappen van kudzu die inspireren tot mysterieuze foto’s, wilde verhalen, films, muziek en gedichten. James Dickey schreef het gedicht ‘Kudzu‘, een ode aan kudzu waarin het karakter van dit groene monster uit de oriënt in al haar desastreuze schoonheid wordt beschreven. Doug Marlette maakte een strip over het zuiden die de passende naam Kudzu kreeg, in Birmingham Alabama werd een alternatief krantje genaamd Kudzu uitgegeven en Kudzu Ranch Records vertegenwoordigd bands uit de Kudzu Staten. De film The Kurse of the Kudzu Kreature, een obscure horror film uit de jaren ’70 hebben wij helaas niet kunnen achterhalen. Wel zijn we door deze titel geïnspireerd om een nieuwe versie te maken die zich idealiter afspeelt in een Kudzu Kathedraal.

Kudzu is in groene vorm de bouwer van allerlei fantastische landschappen die bij iedere toeschouwer iets anders oproepen. In afgestorven, kale vorm, toont het de overwoekering op brute wijze en maakt het het treurige winter landschap wel heel triest. Toch lijkt het in die vorm ook wel weer op het fantastische en mysterieuze spanish moss, dat met name in de swamps voorkomt.

Rich Hall’s ‘The Dirty South’

In de documentaire ‘The Dirty South‘ Legt Rich Hall de Hollywood-versie van de moderne geschiedenis van Dixie naast de realiteit. Hilarisch natuurlijk (zoals Hall’s samenvatting van Easy Rider: “And than they smoke some pot, and they ride their bikes. They stop to smoke some pot, and ride their bikes some more. After that they smoke some pot, and ride their bikes…etc,etc.”), maar ook leerzaam. Hall introduceert een aantal belangrijke gebeurtenissen uit de Southern cultuur.

Zo is er in 1960 een film gemaakt over de ‘Scopes Monkey‘ rechtzaak. De zaak betreft een biologieleraar die evolutie onderwees in 1925, wat onwettig was volgens de Butler Act (welke het illegaal maakte om de bijbelse origine van de mens te ontkennen). De film Inherit the Wind maakt gebruik van deze zaak om een parabool te leggen met het anti-intellectuele beleid van president McCarthy.

Inherit the Wind

In 1934 begon Al Capp de satirische comic Li’l Abner. De comic gaat over een fictieve groep hillbillies in Kentucky, en werd gedurende 43 jaar in verschillende kranten gepubliceerd. Met Li’l Abner creëerde Capp de eerste wijdverspreide comic in de VS waarin politiek en sociale kritiek een grote rol speelde.

Lil Abner