Categorie archief: Literatuur

To Live in the South, One Has to Be a Scar Lover

Alhoewel wij altijd vanuit een beeldende kunst context naar het literaire fenomeen Southern Gothic hebben gekeken wilden we ook graag een podium bieden aan het geschreven woord, naast de tentoonstelling ‘What the modern age has gained in civility it has lost in poetic inspiration‘ die we over het onderwerp maakten. De publicatie ‘To Live in the South, One Has to Be a Scar Lover’ is het resultaat.

Vijf specialisten hebben een essay geschreven over onderwerpen die terugkomen in Southern Gothic literatuur:

Agnes Andeweg is professor aan de universiteit van Maastricht. Ze specialiseert zich in Nederlandse literatuur en gender studies. Haar proefschrift Griezelig Gewoon (Amsterdam University Press, 2011) verkent hedendaagse Gotieke manifestaties in Nederlandse literatuur. Voor onze publicatie schreef ze een essay over Gotiek als een culturele strategie.

Maarten Zwiers woont en werkt in Groningen. In 2005 studeerde hij Cum Laude af aan de Universiteit Groningen, met zowel een MA in History of Political Culture als een MA in American Studies. In zijn thesis onderzoekt hij het ontstaan van het nationalisme in de Confederate States en in het bijzonder de narratieve structuur in Jefferson Davis zijn speeches. In 2007 haalde hij een MA aan de universiteit van Mississippi, en op het moment voltooit hij een PhD rondom het politieke leven van senator James Oliver Eastland uit Mississippi. Voor ‘To Live in the South, One Has To Be a Scar Lover’ geeft Zwiers een introductie op de groteske politieke geschiedenis van de zuidelijke staten.

Tom Patterson is een freelance kunst criticus, auteur en curator, en schrijft al meer dan 30 jaar over outsider-, en hedendaagse kunst. Hij schreef voor Aperture, Artnews, Art papers, Bomb, Raw Vision, en andere internationale kunst magazines. Hij woont en werkt in Winston-Salem, North Carolina. Naar aanleiding van een gesprek dat wij met hem hadden in zijn Nerve Museum schreef hij een essay dat het idee van de ‘outsider artist’ aan Southern Gothic linkt.

Hal Crowther is schrijver en criticus en woont in Hillsborough, North Carolina en Castine, Maine. Tijdens zijn carriere als editor van Time en Newsweek, als scenarist en columnist won hij de H.L Mencken Award for Writing in 1993. Zijn goed ontvangen, gebundelde essays over Southern literatuur en gewoontes, ‘Cathedrals of Kudzu (2000) en ‘Gather at the River‘ (2006), verkennen de paradoxen van het ‘Nieuwe Zuiden’ met een ironisch twist. Hal Crowther gaf ons toestemming een essay uit ‘Cathedrals of Kudzu’ te herdrukken waarin Southern Gothic literatuur en de Kudzu plant worden gelinkt.

Maxime Lachaud woont en werkt in Toulouse, Frankrijk en is cultuurjournalist. Schrijver Harry Crews stond centraal in zowel zijn PhD als in zijn boek ‘Harry Crews, un maître du grotesque (2007)’ en het scenario ‘L’Etrange Petit Monde de Harry Crews (2004-2005’. Daarnaast publiceerde hij in verschillende tijdschriften over neo-Gothic in literatuur (The Remains of the Gothic, Carnets Noirs II, Obsküre Opus 1, Persistances gothiques). Op het moment werkt hij aan een onderzoek over Southern Gothic cinema. Hij heeft recentelijk een interview met Harry Crews afgenomen – de schrijver die een van de grootste inspiratiebronnen was voor ons project – waarvan een deel in de publicatie is opgenomen.

‘To Live in the South, One Has to Be a Scar Lover’ is vormgegeven door Erik Kiesewetter, een grafisch ontwerper en kunstenaar uit New Orleans, Louisiana. Hij is verslaafd aan ijskoffie, soul food, cocktails, kunst & design publicaties, filosofische katten en blinkende diamanten. Hij is eigenaar van de ontwerpstudio EBSL en initiator van Constance, een platform met vele functies binnen de kunstwereld van New Orleans.

De publicatie is gedrukt in een oplage van 500, en uitgegeven door 1646. Het is per email voor 5 euro (ex. verzendkosten) te bestellen: info@1646.nl.

Advertenties

What the modern era has gained in civility it has lost in poetic inspiration

In het kielzog van de op 1 september 2011 startende verkiezingscampagnes in de U.S.A. en in het licht van de manier waarop Nederland nog steeds naar Amerika kijkt als moderne, liberale heilstaat, opent op 3 september de tentoonstelling What the modern era has gained in civility it has lost in poetic inspiration in 1646. Kunstenaar Joris Lindhout en curator Maaike Gouwenberg deconstrueren het romantische en mythische beeld dat Hollywood nog steeds van Dixie produceert. Deze zuidelijke staten zijn door het neo-liberalisme als ‘gefaald’ bestempeld.

Met het fenomeen Southern Gothic als leidraad maakten zij een roadtrip door de zonnige duisternis van de net over de bible-belt heen stulpende vadsige onderbuik van Amerika. In hun gitzwarte Ford Explorer verkenden zij het terrein dat door schrijvers als William Faulkner, Flannery O’Connor, James Dickey, Cormac McCarthy en Harry Crews werd omschreven met terugkerende thema’s als discriminatie, fundamentalistisch christendom, xenofobische bergbewoners, culturele woestenij en armoede.

Met de ramen dicht en de airco op maximaal voerde de tocht door een derde wereld landschap waarin de feitelijke financiële armoede wordt verhuld met geveinsde nostalgische culturele rijkdom zoals de civil war re-enactments. Waarin de werkelijke culturele rijkdom, de verhalen en muziek, de huiskamer niet kan verlaten vanwege de financiële armoe. Een landschap waarin de overheid het Spanish Moss van Faulkners verhalen heeft vervangen door de alles verslindende Kudzu, een snel groeiende bonenstaak uit Japan. Een landschap vol ruïnes van verlaten mobile homes en kerken groter en moderner dan de Essalaam moskee in Rotterdam. Maar in de Southern States vonden Lindhout en Gouwenberg ook een landschap dat in elke achtertuin een museum of een installatie herbergt, waar je bij een bbq-joint lekkerder kan eten dan bij de Librije en waar ze de muziek maken die aan de basis ligt van de hedendaagse popmuziek.

What the modern era has gained in civility it has lost in poetic inspiration laat de Zuidelijke Staten zien door de ogen van kunstenaars, muzikanten en documentaire makers die er zijn opgegroeid alsmede door kunstenaars met een jarenlange fascinatie voor het gebied. Hoe ziet het leven eruit aan de andere kant van de mythe?

Ondersteunende events:
8 September, 20.00 hrs
“Stranger with a Camera”
Documentaires uit de zuidelijke Appalachen in samenwerking met Appalshop uit Whitesburg Kentucky

22 September, 20.00 hrs
“A piece of the body torn out by the roots might be more to the point”
– James Agee, Let Us Now Praise Famous Men
Talk and discussion with Jeremiah Day on the difficulty and stakes of the representation of political struggle in the US South.
Lezing over de invasieve plant Kudzu door Reinout Havinga, van de Hortus Botanicus in Amsterdam.

Booklaunch
“To live in the South one has to be a scar lover”
Publicatie met teksten van: Agnes Andeweg, Harry Crews, Hal Crowther, Maaike Gouwenberg & Joris Lindhout, Maxime Lachaud Tom Patterson en Maarten Zwiers.

24 September, 20.00 hrs
onderdeel van TodaysArt
“The Root of Bluegrass”
Ondersteund door live muziek en een verzameling platen schetsen Theo Marks en Han Orsel een beeld van een gebied dat prachtige en invloedrijke muziek voortbracht tijdens een van de meest vreselijke periodes van de Westerse moderne tijd.

What the modern era has gained in civility it has lost in poetic inspiration

Deelnemende kunstenaars: Brad Benischek & Case Miller, Chris Cogan, Jeremiah Day, Howard Finster, Joris Lindhout, Greely Myatt, Ricky Needham, Sanne Peper, Paul Thomas en Michel Varisco.
Curatoren: Maaike Gouwenberg en Joris Lindhout.

Met dank aan: Hortus Botanicus Amsterdam, USDA, ARS, Plant Genetic Resources Conservation Unit, Georgia, Pierre Tol, Victor Faccinto, en Laura Lashley.

Ondersteund door: Gemeente Den Haag, Stroom, Prins Bernhard Cultuurfonds Zuid-Holland, Fonds BKVB, en het Materiaalfonds.

Groene, dwaze, onsterfelijke geesten

U zult na onze vorige twee posts over Kudzu wel bekend zijn met deze plant. Speciaal voor de tentoonstelling in 1646 kweekt de Hortus Botanicus in Amsterdam een aantal exemplaren voor ons. De ervaring leert dat deze in de Southern States zeer invasieve plant in Nederland niet zo goed weet te aarden. Over het hoe en waarom planten invasief kunnen worden in ecosystemen waar zij oorspronkelijk niet voorkomen en over hoe het nou zit met onze Kudzu zal Reinout Havinga, de bioloog van de Hortus, op donderdag 22 september een lezing geven in de tentoonstelling.

James Dickey is de schrijver van het boek waarop de film Deliverance gebaseerd is. Hoewel hij in eerste instantie volledig meewerkte aan de verfilming, heeft hij zich later helemaal uit het project terug getrokken. De manier waarop de regisseur de in het boek zo subliem beschreven delicate balans tussen wat beschaving een mens oplevert en wat hij daarvoor achter zich laat omvormde tot een soort Hillbilly-poppenkast kon Dickey niet bekoren.
Het hierna volgende gedicht over Kudzu van zijn hand toont zijn literaire kunnen. Wellicht motiveert het u om 39 jaar na het verschijnen van de film alsnog het boek te gaan lezen.

Kudzu – James Dickey

Japan invades. Far Eastern vines
Run from the clay banks they are

Supposed to keep from eroding.
Up telephone poles,
Which rear, half out of leafage
As though they would shriek,
Like things smothered by their own
Green, mindless, unkillable ghosts.
In Georgia, the legend says
That you must close your windows

At night to keep it out of the house.
The glass is tinged with green, even so,

As the tendrils crawl over the fields.
The night the kudzu has
Your pasture, you sleep like the dead.
Silence has grown Oriental
And you cannot step upon ground:
Your leg plunges somewhere
It should not, it never should be,
Disappears, and waits to be struck

Anywhere between sole and kneecap:
For when the kudzu comes,

The snakes do, and weave themselves
Among its lengthening vines,
Their spade heads resting on leaves,
Growing also, in earthly power
And the huge circumstance of concealment.
One by one the cows stumble in,
Drooling a hot green froth,
And die, seeing the wood of their stalls

Strain to break into leaf.
In your closed house, with the vine

Tapping your window like lightning,
You remember what tactics to use.
In the wrong yellow fog-light of dawn
You herd them in, the hogs,
Head down in their hairy fat,
The meaty troops, to the pasture.
The leaves of the kudzu quake
With the serpents’ fear, inside

The meadow ringed with men
Holding sticks, on the country roads.

The hogs disappear in the leaves.
The sound is intense, subhuman,
Nearly human with purposive rage.
There is no terror
Sound from the snakes.
No one can see the desperate, futile
Striking under the leaf heads.
Now and then, the flash of a long

Living vine, a cold belly,
Leaps up, torn apart, then falls

Under the tussling surface.
You have won, and wait for frost,
When, at the merest touch
Of cold, the kudzu turns
Black, withers inward and dies,
Leaving a mass of brown strings
Like the wires of a gigantic switchboard.
You open your windows,

With the lightning restored to the sky
And no leaves rising to bury

You alive inside your frail house,
And you think, in the opened cold,
Of the surface of things and its terrors,
And of the mistaken, mortal
Arrogance of the snakes
As the vines, growing insanely, sent
Great powers into their bodies
And the freedom to strike without warning:

From them, though they killed
Your cattle, such energy also flowed

To you from the knee-high meadow
(It was as though you had
A green sword twined among
The veins of your growing right arm–
Such strength as you would not believe
If you stood alone in a proper
Shaved field among your safe cows–):
Came in through your closed

Leafy windows and almighty sleep
And prospered, till rooted out.

De mythe in het post-* tijdperk

Toen orkaan Katrina in 2005 over New Orleans raasde konden Brad Benischek en zijn familie net op tijd de stad verlaten. Een dikke maand later keerde hij terug naar zijn half ondergelopen huis in de wijk Bywater, als een van de eersten in heel New Orleans. Te midden van de ravage legt hij de terugkomst van zijn stadsgenoten vast in tekeningen, welke zijn gebundeld in de publicatie ‘Revacuation’. De personages in het boek zijn dier-mensen; zo zijn de gevluchtte inwoners van New Orleans vogels, de mensen in de andere steden die hen helpen konijnen en katten, en de officieren en tijdelijke machthebbers worden afgebeeld als wolven, honden en vogelverschrikkers. In een vlotte stijl, aangevuld met losse zinnen, tekent Benischek de chaotische wereld die New Orleans een aantal jaar zou blijven in de vorm van een dierdicht. De moraal van de fabel is dit keer alleen aan de machthebbers gericht in plaats van aan het volk.

Met een scherp oog voor kleine veranderingen in de urbane omgeving en een kritische blik op politieke verschuivingen, goede oren voor bizarre waargebeurde of fictieve verhalen en een flinke dosis (zwarte) humor, maakt Benischek muur vullende tekeninstallaties, kleine bijdragen aan publicaties en ingrepen in de openbare ruimte. Hij creëert mythes in de openbare ruimte, verandert het straatbeeld door kleine visuele ingrepen en maakt scherpe opmerkingen over de hedendaagse ontwikkelingen in de wereld. Benischek gebruikt elementen uit klassieke mythes om bewindslieden en andere machthebbers een lesje in de zedenleer te geven.

Benischek is ook een van de oprichters van Press Street, een kunstenaars- en schrijvers initiatief in New Orleans. Hier startte hij het 24-uur durend event genaamd ‘Drawathon’, waarbij niet alleen bekende kunstenaars worden uitgenodigd maar iedereen die dat wil mee kan doen. Press Street maakt tentoonstellingen in Antenna Gallery en publiceert boeken van kunstenaars en schrijvers uit New Orleans.

Geobsedeerd door de rauwe en over de top groteske karakters in Harry Crew’s boek A Feast of Snakes, zal Benischek in 1646 een site-specific installatie maken met een bijbehorende soundtrack en een felle en reflectieve zine.

Dragons and people getting along, having a good time

De ‘gek’ neemt in de Southern States een bijzondere positie in. Faulkner, O’Connor, Crews en ook McCarthy gebruiken in hun verhalen de verstandelijk uitgedaagde als de verschijning van ultieme onschuld (die in zijn/haar onschuld overigens wel tot gruwelijke daden kan komen). Anderen, zoals bijvoorbeeld in de verfilming van James Dickey’s Deliverance, wenden de door inteelt gedegenereerde mens aan om dierlijke barbaarsheid te verbeelden.

Zoals we al opperden in de post ‘Geef de gek de ruimte‘ zal de veelvuldige aanwezigheid van ‘de gek’ iets te maken hebben met een combinatie van te warm om binnen te houden en te arm om naar een gesticht te sturen. Ook de streng christelijke inborst zal er iets mee te maken hebben. Kinderen zijn een geschenk Gods, gek of niet.

Opmerkelijk is hoeveel van deze mensen zich tot de beeldende kunsten wenden, en hoeveel succes ze daar mee hebben. Zoveel succes zelfs dat ‘normale’ kunstenaars hun stijl overnemen en zichzelf ook ‘outsider artists’ noemen. Ook Hollywood merkte dit succes op, en maakte er een film over: Junebug.

Temple in the sky, 2008

Via outsider-kunst-kenner Tom Patterson (van het Nerve Museum) kwamen wij op het spoor van Ricky Needham, een echte outsider artist uit Winston-Salem, North Carolina. Needham maakt voornamelijk 2-dimensionaal werk waarin hij zijn passie voor auto’s en blote billen kwijt kan. Met name dat laatste is interessant, gezien Needham is grootgebracht in de pinkstergemeente. Deze vrome christenen is het uiteraard ten strengste verboden aan blote billen te denken, laat staan er naar te kijken. Needham is zich daar terdege van bewust, en geeft zijn schilderijen en tekeningen soms titels mee als ‘Good & Bad: what goes around comes around’ of ‘Satan in mom’s bedroom because I have been bad’.

Satan in mom's bedroom because I have been bad, 2009

Het felle kleurgebruik en de naïef-erotische en aan Afrofuturisme verwante voorstellingen vormen een sublieme combinatie met Needham’s pinkstergemeente-achtergrond. Zijn visie op het leven als Southerner is gespeend van hinderlijk politiek correct dogma. Alhoewel Needham in zijn titels blijk geeft van een besef van zijn ‘zonden’, zijn de beelden daar vrij van. De warme Southern States met hun prachtige landschappen, bewoont door elkaar liefhebbende naakte mensen van allerlei pluimage die samen op een vliegende John Deere naar een pretpark gaan. Zelfs de draken mogen mee!

Flying John Deere, 2008

Een selectie van Needham’s werk zal onderdeel uitmaken van de tentoonstelling That what the modern age has gained in civility it has lost in poetic inspiration welke zal openen op 3 september in 1646 in Den Haag.

Gourds en Quilts

De tien kunstenaars die mee zullen doen met de tentoonstelling in 1646 hebben allemaal een bijzondere band met de zuidelijke staten. Een deel van hen is er geboren en getogen, anderen hebben een specifiek project of bijzondere interesse die hen naar deze staten leidde. Wij zullen in de volgende weken vertellen over deze kunstenaars in relatie tot de zuidelijke staten en de tentoonstelling.

Greely Myatt

greely myatt

Greely Myatt komt uit Mississippi, woont in Memphis, Tennessee en richt zich als kunstenaar al jaren op het vastleggen en begrijpen van specifieke aspecten die ‘southernness’ bepalen. Memphis is gelegen aan de mighty Mississippi, stad van Elvis’ Graceland en The Lorraine Motel waar Martin Luther King Jr werd doodgeschoten, maar is ook bekend om haar authentieke barbeque stijl en bijbehorende wedstrijd op een eilandje in de Mississippi. Greely geeft sinds jaar en dag les op de kunstacademie en weet als geen ander wat er in de stad speelt en wie er toe doet in het (hedendaagse) kunstenveld aldaar.

greely myatt

De plaats waar Greely Myatt woont en werkt vormen de inspiratie en het referentiekader voor strakke tweedimensionale en ruimtelijke werken die veelal zijn gemaakt met gevonden materialen. Zo heeft hij een serie quilts gemaakt van stukjes hout, plastic en aluminium en maakte hij een serie sculpturen van ‘gourds’ (een dunne kromme pompoen), gecombineerd met gebruiksvoorwerpen zoals een bezemsteel, spade of biljartkeu. Geïnspireerd door strips, populaire cultuur en (southern) verhalen, maakt hij bijvoorbeeld humorvolle series lege tekstballonnen en tekst-werken die zowel verwijzen naar de sterke verteltraditie als naar de hedendaagse slogan-cultuur.

greely myatt

De quilts van Myatt zijn interessant omdat zij niet alleen refereren aan abstracte kunst en vormonderzoek, maar ook verwijzen naar de geschiedenis van het gebruik en het maken van quilts. De quilt, van origine een dubbele deken gemaakt van diverse stukjes (overgebleven) stof, werd bijvoorbeeld gebruikt tijdens de Civil War om het zuiden te ontvluchten. De ‘Underground Railway Quilt Codes’ waren specifieke patronen die in de quilts werden verwerkt om de route naar vrijheid door te geven. Deze codes stammen al uit de tijd dat de slaven vanuit hun thuisland naar Noord-Amerika verscheept werden. De verteltraditie die aan de codes gekoppeld is diende als een vorm om de eigen geschiedenis te bewaren.

greely myatt

De relatie tussen de formele aspecten en een verhalend element is ook terug te vinden in de gourd sculpturen. In eerste instantie werd Greely aangetrokken door de gebogen vormen van de nek van de pompoen, die hij vervolgens versterkte of veranderde door er een man-made rechte vorm aan te koppelen. Ook gebruikt hij bepaalde kleuren verf om accenten aan te geven die de toeschouwer (mis)leiden. Door de combinaties en het individueel of in groepen tonen van de gourd-sculpturen, ontstaan er verschillende verhalen en wordt de sfeer van de zuidelijke staten op subtiele wijze overgedragen. Soms lijken het slangen, dan weer een rommelige verlaten tuin; iedereen die ze ziet herkent bepaalde elementen uit zijn eigen leven en kan op die manier een eigen verhaal creëren.

greely myatt

Toen wij Greely ontmoetten in Memphis nam hij ons mee door de stad die deels voor de toeristen is en waarvan het andere deel aan armoede ten onder gaat. Hij vertelde over zijn passie voor ‘southernness’ en het conserveren van traditionele gebruiken, en zijn liefde voor schrijvers en filmmakers zoals Harry Crews en Harmony Korine, die de rauwe kanten van het zuiden naar voren weten te brengen zonder het af te keuren.

Tijdens de tentoonstelling in 1646 zal Greely een installatie maken met de gourds en zal hij in Den Haag een nieuw werk maken waarin hij zijn geliefde ‘southernness’ probeert te vangen met in Nederland gevonden materialen.

Dixie in retrospect

Het is inmiddels 5 maanden geleden dat we terug zijn gekomen van ons onderzoek naar Southern Gothic in de Southern States van de Verenigde Staten. De voorbereidingen voor de tentoonstelling over Southern Gothic die we in 1646 gaan maken komende september zijn in volle gang. Dit is de laatste blogpost die specifiek over onze reis gaat. Hierin geven we een overzicht van de zaken uit mythisch Dixie die ons het meest zijn bijgebleven. Na deze post zullen we deze blog gebruiken om verschillende zaken rondom de tentoonstelling te bespreken. Denk daarbij aan zaken zoals de achtergrond van Southern Gothic, de waarde die de Gotieke methodiek op dit moment voor de Nederlandse samenleving kan hebben, uiteraard ook informatie over alle betrokken kunstenaars, instellingen, schrijvers en muzikanten en updates rondom de Kudzu plant die de Hortus Botanicus speciaal voor ons aan het kweken is.

Cultuur en het leven
Als je naar een gebied gaat waar bijna alle er enigszins toedoende muzikale stromingen van de afgelopen 150 jaar vandaan komen, mag je verwachten dat daar iets van te merken valt. En dat is ook zo. De Southern States zijn in cultureel opzicht het rijkste gebied van de Verenigde Staten. Dat werkt echter wel heel anders dan in Europa. Waar cultuur voor Europeanen iets is waar je naar toe gaat, is het voor de Southerners iets wat je doet, en waarmee je je bewust in een bepaalde traditie plaatst.

De echte cultuur van Dixie vind je niet in een concertzaal of museum, maar in huiskamers en achtertuinen. Dat maakt het voor toeristen een lastig gebied: je moet tenslotte wel een beetje moeite doen om in iemand’s huiskamer te geraken. Cultuur is iets wat men voor zichzelf doet, niet voor toeristen. Cultuur is eigenlijk net zoiets als een hamburger eten: leuk om te doen met anderen die ook lekker in een burgertje happen, maar niet het moment om te worden aangegaapt door toeristen die wel eens willen zien of je dat ding zonder knoeien naar binnen krijgt.

Armoede
We hadden zeker verwacht armoede tegen te komen, maar zo schrijnend als we het in Alabama zagen schoktte ons. In een notendop komt het er op neer dat de gebieden waar het racisme het hardnekkigst was na de afschaffing van de Jim Crow wetten leeg liepen. Met name de blanke, rijke bevolking trok naar plaatsen waar het overgrote deel van de bevolking wit was (plaatsen waar de blanke bevolking tijdens Jim Crow de slavernij min of meer voortzette door middel van sharecropping waren vaak meer dan 50% zwart). Niet alleen onttrokken ze zo het kapitaal uit grote gebieden, ook nam de werkgelegenheid sterk af doordat boeren en bedrijven verhuisden. De arme, slecht opgeleide, zwarte bevolking bleef achter. Ook waren ze vrijwel allemaal werkloos geworden, en was er ook geen uitzicht op nieuwe werkgelegenheid. De 4e generatie groeit nu op deze manier op, en naast hun materiële armoede is geestelijke armoede ook een probleem. Het onderwijs aldaar behoort tot het slechtste dat de Verenigde Staten te bieden hebben, en door de totale uitzichtloosheid van hun situatie komen deze mensen mentaal gebroken over. Veel meer dan t.v. kijken in hun trailer lijken ze niet te doen.

Landschap
De mate waarin het landschap van Dixie de afgelopen 100 jaar is veranderd is schrikbarend. Eigenlijk begon dat nog langer geleden: de ‘Deep South’ was ooit gewoon een stuk oerwoud. Tot de boeren al het land ontgonnen en er plantages op aanlegden. De laatste 100 jaar heeft de zware industrie een grote stempel of het landschap van Dixie gedrukt. Dat begon met het aanleggen van stuwmeren in het zuidelijke stuk van de Appalachen in Tennessee en North Carolina. Hele volksstammen werden gedwongen te verhuizen, en de bestaande infrastructuur was in één klap onbruikbaar. Iets later kwam in datzelfde gebied de mijnbouw op gang. Er werd met name steenkool gevonden. Een veel snellere manier om een berg van haar steenkool te ontdoen dan door diepe tunnels te graven, is de hele berg opblazen zodat de kolenader bloot komt te liggen. Dit proces wordt ‘Strip mining‘ genoemd, en verandert de (zuidelijke) Appalachen in rap tempo van ’s werelds langste gebergte tot een kale, op een maanlandschap gelijkende vlakte vol opgespoten en onnatuurlijk groen gras. De enige bergen die er over 50 jaar waarschijnlijk nog staan, zijn degenen die de stuwmeren en sludge ponds omringen.

Dan hebben we uiteraard de Kudzu, de ‘plant that ate the South’. Geïmporteerd vanwege zijn kwaliteiten om erosie tegen te gaan, groeit het nu overal. Als de plant niet in toom wordt gehouden door elke dag bijsnoeien, groeit ze binnen no-time over wegen, huizen en over voor langere tijd geparkeerde auto’s. Uiteraard groeit er niets anders meer op de plekken waar de Kudzu groeit, en is het een van de beste voorbeelden van de schade die een uitheemse soort kan aanrichten binnen een bepaald ecosysteem. De plant zorgt wel voor spectaculaire ‘creaties’ in het landschap wanneer zij bijvoorbeeld over een stel bomen heen groeit.

Ten slotte is er nog de kust aan de Golf van Mexico. Hoewel de olie-industrie bekend staat als vervuiler (er doen zich bijvoorbeeld vele malen vaker olierampen en rampjes voor dan wat de industrie naar buiten brengt volgens de lokale vissers), is de monding van de Mississippi waarschijnlijk een groter probleem. Van nature brengt deze enorme rivier een grote hoeveelheid zand en blubber met zich mee, dat rond de monding settelt en zo nieuw land aanmaakt. Dit nieuwe land bestaat uit ‘Wetlands‘, een groot gebied van brak moeras waar bepaalde grassoorten en Cipressen groeien. Deze zeer brede strook nieuw land dient als buffer voor bijvoorbeeld orkanen. Zodra een orkaan land raakt neemt zij namelijk aanzienlijk in kracht af. Ook zijn dit van oudsher gebieden waar de Cajun wonen. Dit zand en blubber is uiteraard totaal niet handig voor grote zeeschepen, en dus zijn er twee hele lullige stenen muren aangelegd om te zorgen dat het door de rivier meegevoerde zand zich niet kan vastzetten, en de rivier bevaarbaar blijft. Dit zorgt er zowel voor dat de machtige Mississippi een van de meest lullige mondingen heeft die we ooit gezien hebben (hieronder op een foto van kunstenares Michel Varisco). Ook verdwijnen de wetlands doordat het zand niet terug kan vloeien naar het land maar recht de zee in stroomt. Door het gemis van een natuurlijke afremming, zijn de orkanen een stuk krachtiger zodra ze bij New Orleans aankomen.

Cuisine
Een van de eerste dingen die ons opviel toen we in een supermarkt stonden was de totaal andere prijsverhouding tussen vlees en groente en fruit. Waar je in Nederland goedkoper uit bent als vegetariër, en waar je toch zeker 3 appels kunt kopen voor de prijs van 1 hamburger, is dat in Dixie precies omgedraaid. Het goedkoopste eten krijg je bij de fastfood-ketens, en dat is dus ook waar je gaat eten als je arm bent. De documentaire Food Inc geeft inzicht in de manier waarop dit soort praktijken door subsidies en private investeringsmaatschappijen mogelijk gemaakt worden. Ook de invloed van mega-supermarkten als Walmart is heel goed te merken in de kleine oude dorpjes van Dixie. De oude dorpskernen zijn leeg en verlaten. Soms zit er nog een eettentje, maar de winkels zijn bijna allemaal failliet. Ook de meeste huizen staan leeg.

Een paar minuten buiten zo’n dorpje vind je meestal een aantal trailer-parken. Dat is het nieuwe, centrumloze, dorp. Nog weer wat verderop staat een grote Walmart, geflankeerd door wat fastfood ketens. Hier doen mensen hun boodschappen vanuit alle omliggende dorpen. Het is een soort meta-centrum. Op de parkeerplaats ontmoeten mensen elkaar, en maken ze een praatje.
Als je veel langs de weg moeten eten – zoals wij dat moesten – heb je weinig andere keuze dan gefrituurd vlees of vis. Ze frituren werkelijk alles, en menige roadside eettent heeft een bordje aan de muur met de spreuk: ‘If it ain’t fried, it ain’t cooked‘. In steden zelf heb je uiteraard meer en vooral ook gezondere keuzes. Wij zijn vooral gecharmeerd van de barbecue. Het komt er eigenlijk op neer dat de rest van de wereld wel de hele tijd het woord ‘barbecue’ gebruikt, maar dat ze hier eigenlijk ‘grillen’ mee bedoelen. Barbecue is een proces van meerdere dagen, lage temperaturen, veel rook en een apparaat wat de tijden van de stoomketel doet herleven.

Terug in Nederland vallen de overeenkomsten nog het meest op: cultuur wordt de huiskamer in bezuinigt, ons landschap lijkt in de verste verte niet meer op wat het 200 jaar geleden was, het niveau van het onderwijs daalt, bepaalde delen van het land dreigen in spooksteden te veranderen, latent racisme is weer terug van weggeweest, en ook wij frituren er lustig op los. Wellicht zou het goed zijn voor deze regering om een bezoek te brengen aan een staat als Alabama. Hopelijk concluderen ze dan dat binnen hun taak als ‘verdeler van het schaarse goed’ Joie de Vivre ook een schaars goed is. En dan kunnen ze meteen de snackbar-lobby meenemen om eens te gaan praten over dat barbecuen.

De tentoonstelling ‘That what the modern era has gained in civility, it has lost in poetic inspiration‘, zal op zaterdag 3 september open gaan in 1646, Den Haag. Deze tentoonstelling is samengesteld door Maaike Gouwenberg & Joris Lindhout naar aanleiding van hun onderzoek naar Southern Gothic. De titel verwijst naar een zin uit de inleiding van ‘The castle of Otranto‘, geschreven door Richard Hurd. The castle of Otranto word gezien als het eerste Gotieke boek, en Hurd is een van de eerste aanhangers van dit zeer invloedrijke genre.