Categorie archief: North Carolina

(Pickup) Trucks

Elke zichzelf respecterende Southerner heeft een pickup truck. De ‘truck’ (zoals de vehicels hier liefkozend genoemd worden) stamt uit de tijd dat de meeste Southerners nog boer waren. De stadse Southerner van vandaag ontleent een groot deel van zijn/haar imago nog altijd aan de truck. Dat een truck voor hen net zo veel nut heeft als een Mountainbike voor een Hollander mag de pret niet drukken.

Vaak zie je nog echte trucks langs de weg staan. Meestal half weg geroest bij een oude boerderij, maar soms ook totaal omgebouwd bij een custom car shop. Het prototype Southern truck is de ’48 Ford Flathead v8 (net zo een als wij in ons logo hebben bij de Groene Amsterdammer). Deze trucks werden intensief gebruikt, en de eigenaar had vaak geen geld om kapotte onderdelen te vervangen.  Zaken als ruitenwissers, remlichten, bumpers en geluidsdempers zijn niet strikt noodzakelijk om van A naar B te komen. Een grote steen doet het altijd goed als handrem. Wat uiteindelijk overbleef was de met een v8 aangedreven versie van een Amsterdamse stadsfiets.

In 1957 introduceerde Ford de Ranchero. Een soort sedan met laadbak en Cadillac-achtige staartvinnen die weinig met de authentieke plattelands truck te maken hebben. De truck zou nooit meer dezelfde zijn.
Tegenwoordig zie je nog wel eens een wat kleiner jaren ’70 model truck rondrijden met een ouder iemand achter het stuur. Niet meer gewassen sinds de aanschaf, een achterlicht wat met tape gemaakt is en een rechter buitenspiegel die op half zeven hangt – dat is nog een echte. De extreem grote, glimmende, verhoogde en met allerhande toeters en bellen voorziene truck zoals die nu de snelwegen domineert is altijd verdacht schoon en krasvrij. Het enige vieze wat daar vaak op te vinden valt is een bumpersticker met een ‘rebel flag‘.

Advertenties

Zine 1, Southern Gothic: Them Mountains

Onze reis vormt een zoektocht naar het fenomeen Southern Gothic. Gezien de duur van de reis (3 maanden) publiceren we regelmatig een zine om onze vondsten te kunnen samenvatten. Vorige week hebben we het eerste zine gepubliceerd.

Download Southern Gothic: Them Mountains (pdf, 7mb)

De Hillbilly

Mythisch Dixie (Dixie zoals voorgesteld in de media) bestaat uit twee gebieden: De moerassen en de bergen. De bergen bestaan in feite uit de Appalachen en de Ozarken, gebergten in werkelijkheid enkele honderden mijlen van elkaar gescheiden door vlak boeren land. In Mythisch Dixie echter vormen deze twee het gebergte ‘The Southern Mountains’.

Vaak wordt de Redneck gezien als het stereotype blanke Dixie-bewoner. Alhoewel de origines van het begrip zeer waarschijnlijk wel in Dixie liggen, is Redneck toch veel meer een synoniem geworden voor ‘poor white trash’. Met andere woorden: Een Redneck kan net zo goed uit upstate New York of Alaska komen. De Hillbilly daarentegen komt onmiskenbaar uit de Southern Mountains.

Voor onze generatie (opgegroeid met films als The Texas Chainsaw Massacre, Wrong Turn en Deliverance) staat ‘Hillbilly’ vooral voor inteelt families bestaande uit moordlustige, perverse, ongewassen imbecielen woonachtig in de middle of nowhere. De generatie van onze ouders denkt waarschijnlijk eerder aan gezellige mensen die ouderwetse normen en waarden hoog in het vaandel hebben (opgegroeid zijnde met The Beverly Hillbillies). Mochten onze grootouders in de VS hebben gewoond dan hadden die waarschijnlijk gedacht aan dommige mensen met het hart op de juiste plek (deze generatie groeide op met de comic Li’l Abner in de kranten). En als onze overgrootouders ook al in de VS woonden dachten zij – net als wij – aan gevaarlijke en gewelddadige criminelen (mits ze het geld hadden gehad om de eerste ‘Mountaineer’ films in de bioscoop te gaan zien).

Een kort historisch overzicht:
De Southern Mountains waren vooral in trek bij immigranten uit Schotland en Ierland, en het meest populair bij het onafhankelijke en vrijgevochten type. Deze trotste Mountaineers lieten niet met zich spotten, en zo kwam het dat families vaak in een onderlinge strijd belandden. De bekendste strijd is de Hatfield – McCoy strijd van rond 1880. Een strijd waarschijnlijk ontstaan vanuit een economisch geschil, maar in de populaire pers min of meer afgeschilderd als een uiting van irrationeel geweld. Een portret van een van de mannen van de Hatfield familie (William Anderson Hatfield, ook wel ‘Devil Anse’) vormde een belangrijke basis voor de toekomstige weergaven van de bergbewoners. Een chagrijnige man met een lange baard, pijp, zachte vilten hoed en een geweer. Niet veel later kwamen daar de tuinbroek en fles Moonshine bij, en verdwenen de schoenen.

De eerste films over Mountaineers (zo werd er voor de uitvinding van de Hillbilly naar de bergbewoners verwezen) gebruikte dit stereotype, en gebruikte de onderlinge strijd tussen families als basis voor het script, vaak in combinatie met een aan Moonshine gerelateerde sub-plot. Een van de belangrijkste regisseurs van de vroege Mountaineer-film is D.W Griffith (bekend van Birth of a Nation). Zoals bekend nam Griffith het niet zo nauw met dingen als politieke correctheid, en de Mountaineer film was voor hem een antwoord op een aantal problemen die hij tegenkwam bij zijn andere films. De Mountaineer kon hij net zo achterlijk en/of gevaarlijk wegzetten als de Afro-Amerikaan, maar gezien de Mountaineer een blank stereotype is kon hij met blanke hoofdrol spelers werken. Een van de belangrijkste voordelen was dat deze hoofdpersoon een romance aan kon gaan met een vrouwelijke tegenspeler.

In 1900 schreef politiek correspondent Julian Hawthorne een artikel voor New York Journal waarin hij het woord Hillbilly gebruikt. Alhoewel in het artikel duidelijk wordt dat het woord door mensen uit de Appalachen al gebruikt werd (wat ook ondersteund wordt door andere bronnen), is het woord ‘Hillbilly’ in zijn artikel de eerste verschijning in print. ‘Hillbilly’ is niet direct een populaire term: alvorens het ‘Mountaineer’ kan vervangen moet het begrip een handje worden geholpen door de muziek industrie.

Ralph Sylvester Peer maakte veld-opnames van Afro-Amerikaanse Blues zangers in Dixie. Op een dag kwam een van zijn afspraken niet opdagen, en gebruikte hij de vrijgekomen tijd om een fiddler uit de Southern Mountains op te nemen. Tot zijn verbazing verkocht deze opname zeer goed, en dus begon hij meerderde muzikanten uit de bergen op te nemen. Bij gebrek aan een naam voor deze nieuw ontdekte muziek doopte hij het Hillbilly, een term die alle grote studio’s rond 1936 hadden overgenomen. Het was nog wat vroeg voor Punk, en gewelddadige, moonshine zuipende muzikanten verkochten daardoor niet zo goed in 1936. Onder invloed van onder andere Peer veranderde de Hillbilly in een simpele, pretentieloze, grappige outsider – ongevaarlijk voor kinderen, en dus zeer goed verkoopbaar.

Toen de Hillbilly niet meer genoeg platen verkocht werd hij verruild voor de Cowboy. Hillbilly muziek heette voortaan Country. Maar de Hillbilly-light werd in leven gehouden door verschillende strips in kranten. Paul Webb’s strip The Mountain Boys teerde nog het meest op het oude beeld van de Hillbilly. Zijn drie karakters zijn een stel Moonshine-drinkende luilakken zonder schoenen.

Geweldadig zijn ze echter niet, en dus vormde ze een geschikte basis voor de eerste Mountain Dew advertenties (Mountain Dew is slang voor Moonshine, het Pepsi drankje zoals wij dat nu nog kennen werd gelanceerd in een tijd dat de Hillbilly in zwang was), maar ook voor een stukje uit de Disney film Make Mine Music.

Dit blikje vonden we later nog bij een benzinepomp

Deze twee afbeeldingen zien er op het eerste gezicht toch vrij geweldadig uit – het gaat echter vooral om de komische ondertoon die het geweld neutraliseert (iets wat in de eerste Mountaineer films totaal afwezig was).

Naast The Mountain Boys is ook Al Capp’s Li’l Abner belangrijk voor de evolutie van de Hillbilly. De strip is al eerder ingeleid op deze blog. Wat belangrijk is om daar aan toe te voegen is dat Li’l Abner als inspiratie diende voor de wereldberoemde tv serie The Beverly Hillbillies. De serie gaat over een familie Hillbillies die naar Beverly Hills verhuizen. Er is olie gevonden op hun land in de Southern Mountains, en dus hebben ze het voor veel geld kunnen verkopen. Bedenker Paul Henning gebruikte de Hillbillies dit keer niet om de outsiders belachelijk te maken, maar om de upperclass van Beverly Hills zelf op de hak te nemen. Net als in het in Nederland beter bekende Flodder.

De serie was populair in dezelfde tijd dat Amerika de ‘War on Poverty‘ voerde. De armoede in de Southern Mountains was groot, en velen zochten hun heil in industriële steden als Detroit en Chicago. De stadsbewoners waren als de dood voor de invoer van ‘achterlijk bergvolk’. Televisie series als The Beverly Hillbillies vertaalde deze spanningen in een sitcom, de documentaire Stranger With a Camera geeft een nauwkeuriger beeld van de spanningen aan beide kanten van het mes.

Toen de politiek haar interesse in de armoede van de Southern Mountains verloor leek het even of de Hillbilly zijn beste tijd had gehad. Door de inmiddels weide verspreiding van bergbewoners over de gehele VS begon het stereotype meer en meer politiek incorrect te worden. Totdat John Boorman besloot het boek Deliverance van James Dickey te verfilmen. Alhoewel het boek subtieler omgaat met het stereotype, en meer het verlies van contact met de natuur van stadsbewoners als uitgangspunt neemt, werd Deliverance bekend door de ethiekloze, anaal verkrachtende, varkens liefhebbende imbecielen uit de bergen. En daarmee zijn de bergbewoners van Dixie weer terug bij af.

Een goede plek om lijken te verbergen

In 1876 brachten de Japanners voor de Centennial Exhibition in Philadelphia de KUDZU plant naar de Verenigde Staten. Gefascineerd door dit familielid van de groene boon met zijn snelle groei en de gave om op allerlei dorre gronden te overleven, bedachten de Amerikanen in de jaren ’30 een slim plan. Om de uitgeputte katoen- en tabaksgrond in de zuidelijke staten tegen erosie te beschermen kregen de boeren tot 8 dollar per halve hectare waarop ze de kudzu plantten. Ook werd de wonderplant uitgezet in slechte bermen langs wegen en werd het gebruikt als groenvoer voor geiten en schapen. Iedereen was gelukkig tot het moment dat bleek dat kudzu in moordend tempo dixie overnam. In het perfecte kudzu klimaat, warm en vochtig, stopt kudzu niet met groeien aan het einde van het veld of bij het begin van de weg, het groeit razendsnel door tot het moment dat iemand het een halt toeroept. Het ontziet niets. Huizen, auto’s, elektriciteitspalen, wegen, akkers en bomen zijn onveilig wanneer kudzu in de buurt is. Wetenschappers hebben gemeten dat een rank tot 40 cm per dag kan groeien. De groene deken ziet er zeer aantrekkelijk uit maar onder dit frisse bladerdak zitten wortels die net zo hard naar beneden groeien als de takken opzij. Tot een halve meter boren de wortels zich een baan de grond in en de wortels zelf kunnen meer dan 10 centimeter dik worden. Kudzu groeit in het zuidoosten van de VS en verspreidt zich jaarlijks met 60.000 hectare.

kudzu kathedraal

kudzu overgroeid huis

Tot op de dag van vandaag zijn er mensen die proberen kudzu op een goede en definitieve manier te bestrijden. Het lijkt een onmogelijke opgave. Er zijn wetenschappers die een schimmel hebben ontwikkeld die de kudzu rank aantast, er zijn gifstoffen die de bladeren laten sterven, er is een mogelijkheid om mensen in te zetten om de nieuwe takken iedere dag af te knippen, maar er is nog nooit een echt effectieve manier gevonden om kudzu te bestrijden. Deze power plant groeit te snel en lijkt te slim.

Gelukkig zijn er mensen die kudzu vanuit een positieve hoek bekijken en groot fan zijn van deze wonderlijke plant. Er zijn talloze kookboeken met kudzurecepten. De jonge bladeren zijn heerlijk door salade maar kunnen ook prima door een omelet of net als spinazie kort gekookt en dan verwerkt. Ook is het mogelijk om wanneer de bladeren iets ouder zijn en al meer verhard, ze te gebruiken voor het maken van papier. Wanneer de bladeren in de winter afsterven is het mogelijk om de wortels uit te graven en daar een wit poeder uit te halen wat gebruikt kan worden als een vervanger van maïzena. De wortels kunnen ook gebruikt worden om manden en stoelen van te maken. De heerlijk zoete bloemen kunnen worden verwerkt in gelei en jam en ook is er kudzu honing verkrijgbaar op verschillende plekken.

kudzu

In het zuiden – wij zagen het tot nu toe in Virginia, North Carolina, Kentucky, Tennessee en Mississippi – zie je kathedralen en allerlei landschappen van kudzu die inspireren tot mysterieuze foto’s, wilde verhalen, films, muziek en gedichten. James Dickey schreef het gedicht ‘Kudzu‘, een ode aan kudzu waarin het karakter van dit groene monster uit de oriënt in al haar desastreuze schoonheid wordt beschreven. Doug Marlette maakte een strip over het zuiden die de passende naam Kudzu kreeg, in Birmingham Alabama werd een alternatief krantje genaamd Kudzu uitgegeven en Kudzu Ranch Records vertegenwoordigd bands uit de Kudzu Staten. De film The Kurse of the Kudzu Kreature, een obscure horror film uit de jaren ’70 hebben wij helaas niet kunnen achterhalen. Wel zijn we door deze titel geïnspireerd om een nieuwe versie te maken die zich idealiter afspeelt in een Kudzu Kathedraal.

Kudzu is in groene vorm de bouwer van allerlei fantastische landschappen die bij iedere toeschouwer iets anders oproepen. In afgestorven, kale vorm, toont het de overwoekering op brute wijze en maakt het het treurige winter landschap wel heel triest. Toch lijkt het in die vorm ook wel weer op het fantastische en mysterieuze spanish moss, dat met name in de swamps voorkomt.

The Nerve Museum

In het plaatsje Winston-Salem in North Carolina woont kunst criticus Tom Patterson in zijn The Nerve Museum. De collectie van het museum bestaat uit tientallen objecten, schilderijen, tekeningen en foto’s waarvan de meeste in de categorie ‘Folk Art‘ vallen. Patterson maakte naam met het boek Howard Finster, Stranger from Another World: Man of Visions Now on This Earth, wat nu een soort van collectors-item is geworden. Sindsdien geldt hij als een autoriteit op het gebied van Folk- en Outsider Art.
Naast criticus is Patterson ook curator. Zo cureerde hij de tentoonstelling High on Life voor het American Visionary Art Museum in Baltimore. De collectie van The Nerve Museum is grotendeels ontstaan uit werken gedoneerd door kunstenaars waarmee hij in de afgelopen dertig jaar werkte.
De naam van het museum is bedacht door Patterson’s broer. Deze had het huis al tot museum omgedoopt gezien zelfs de inloopkasten verdacht veel gelijkenis met museumzalen vertonen. Het huis raakte zo vol dat de broer bij elke beweging bang was iets om te stoten, wat hem op z’n zenuwen begon te werken. Et voilá: The Nerve Museum.

The Nerve Museum vind je niet terug in de Lonely Planet of een andere toeristen gids. Om hier een kijkje te kunnen nemen moet je een afspraak maken met Patterson zelf.

The Road To Nowhere

De Great Smoky Mountains danken hun naam aan de op rook gelijkende mist die ontstaat doordat warme lucht van de Golf van Mexico heel snel afkoeld in de koudere bergen. De Smokies maken deel uit van de Appalachen, een gebergte dat zich helemaal tot Nova Scotia in Canada uitstrekt.

In deze Great Smoky Mountains ligt het kleine stadje Bryson City aan de Tuckasegee rivier. In Bryson City heeft verhalen verteller Tim Hall het Storytelling Center of the Southern Appalachians opgericht. De missie van het Storytelling Center is het verzamelen, behouden, ten gehore brengen, interpreteren en onderwijzen van de muzikale en orale tradities uit de zuidelijke Appalachen. De verhalen, liederen, recepten en andere gebruiken die van vader op zoon, moeder op dochter en vriend op vriend werden doorgegeven lijken onder invloed van het kapitalisme en de daarmee gepaarde leegloop van kleine dorpjes in vergetelheid te geraken.

Zelf is Tim een kleine, actieve man die lang geleden vanuit Pennsylvania naar het zuiden is getrokken – als the South in je bloed zit, word je niet gelukkig in het noorden. Nog meer dan in de grotere steden, liggen zijn hart en ziel bij de ‘Smokies’ en haar bewoners. In de afgelopen jaren is hij van dorp naar dorp getrokken om de verhalen van toen en nu te horen en zo de specifieke kennis van de bewoners in het gebied te vergaren. Vanuit een tijdelijke ruimte in het centrum van het kleine stadje deelt Tim zijn verzamelde verhalen en muziek in storytelling events en in het wekelijkse radioprogramma Crossroads.

De verhalen die hij vertelt zijn vaak verbonden aan een specifieke gebeurtenis. Zo vertelde hij ons het verhaal ‘The Road To Nowhere’, over het bedrog van de regering die in 1943 begon met het aanleggen van een grote dam en bijbehorend stuwmeer, dat de plaatselijke bevolking niet alleen dwong te verhuizen maar ook de route naar hun kerkhoven afsneed. Kerkhoven zijn erg belangerijk in de Appalachen. Eens per jaar in de lente trekken families naar de graven van hun voorouders voor Decoration Day. Alle graven worden schoongemaakt en voorzien van verse bloemen en planten.

De bewoners werd een nieuwe weg beloofd die naar hun oude woonplaats zou leiden, maar deze is tot op de dag van vandaag niet afgemaakt. Volgens de gemaakte afspraken bouwde Bryson City zelf de eerste 7 mijl van de weg (en zelfs een tunnel) die boven op een berg ophoudt. De belofte die is gemaakt en gebroken is de kern voor de jongste generatie die het gevecht doorzet. Tim draagt door het herhaald vertellen van dit verhaal bij aan de spirit die nodig is om een regering aan zijn beloftes te houden. De activistische tint die in dit verhaal besloten ligt komt in veel van zijn verhalen terug. Zo is Tim niet alleen Folklorist, maar iemand die door middel van hedendaagse verhalen inspireert tot het in leven houden van oude gebruiken.

Beluister een fragment van The Road to Nowhere verteld door Tim Hall.